Ritme van verzoening: Didier Rotella’s muzikale reis van catharsis naar vrede

In “Zone Grise” verkent de Franse componist en pianist Didier Rotella met innovatieve klanken en composities de verbinding tussen emotie en muziek. Het album is een ode aan de schoonheid van eeuwige transformatie, terwijl het tegelijkertijd de vergankelijke aard van muzikale expressie belicht.

“In the beginning there was rhythm”, luidde een statement van de Engelse post-punkband The Slits in het voorjaar van 1980.

Het nummer benadrukte met een enthousiasmerende mix van punk, reggae en vrouwelijke empowerment de krachtige combinatie van ritme en muziek als diepgewortelde expressie, met daarin verwijzingen naar elementen uit de natuur en de band met de aarde.

In the beginning there was rhythm
Is god is space is earth is climbing is trying is sounds
Is plants is animals is patterns is fucking

De herhaling in de tekst gaf, in de opvattingen van de band, de onderlinge verbondenheid aan van God, ruimte, aarde en leven. Daarbij horen ook de strijd en ervaringen die we op ons pad tegenkomen, de weerkerende patronen in natuur en leven, evenals de intensiteit en vaak chaotische driften van het bestaan. “In the beginning there was rhythm” vatte zo in enkele regels de essentie samen van wie wij zijn, in relatie tot elkaar en de schepping. Dat alles in een eeuwig durende transformatie.

Maken we nu een tijdsprong van 1980 naar 2025, naar “Zone Grise” van de Franse componist en pianist Didier Rotella. Daar ontvouwt zich, en ik citeer vrijelijk de linernotes, “een ruimte van voortdurende overgang, waar geluid laveert tussen dichtheid en puurheid, akoestisch en elektronisch, structuur en vloeibaarheid”.

Didier Rotella (Roubaix, 1982) studeerde achtereenvolgens in Lille en aan het Conservatorium van Tarbes, en vervolgens aan de École Normale de Musique de Paris. Hij ontwikkelde zich als componist verder aan het Conservatoire National Supérieur de Musique et de Danse de Paris (CNSMDP) en bij IRCAM, een Frans instituut voor onderzoek van muziek en geluid op het gebied van avant-garde en elektro-akoestische kunstmuziek.

Zoals gezegd: “In den beginne was er ritme.” Dit geldt ook voor “Zone Grise”. De 30 minuten durende opener “Catharsis” (2017-2018) wordt uitgevoerd met twee percussionisten, twee pianisten en live elektronica. Voor de elektronica is er een speciaal hybride instrument ontwikkeld: een piano met twee toetsenborden (één akoestisch en één digitaal, welke laatste onder het toetsenbord is geplaatst) – The Méta-piano. Dit apparaat bevat een systeem dat elektronische geluiden terug kan koppelen via de klankkast van de piano. Daarnaast zijn er sensoren en mechanismen op de membranen van de pauken en de basdrum geplaatst. Deze zorgen voor een sterke verbinding tussen de live muziek en de elektronische geluiden, waarbij alles in realtime wordt gemoduleerd op basis van het spel en de aanslag van de instrumentalisten.

De uitvoerende musici – percussionisten Stanislas Delannoy en Rémi Durupt, en pianisten Laurent Durupt en Trami Nguyen – maken deel uit van het Franse Ensemble Links.

“Catharsis” staat voor de “zuivering van lichaam en ziel” door het opwekken van krachtige emoties – verdriet, angst, medelijden, maar ook vreugde – die een reiniging van diezelfde emoties teweegbrengen.

“Catharsis” op “Zone Grise” begint met een onderaards soort gerommel, alsof de aarde op het punt staat open te barsten. Dan scheurt de grond, en onthult zich een instrumentale wereld van interactie. Eerst zijn daar de aanzetten van piano’s, gevolgd door percussie en drums, die met elkaar in dialoog gaan. Er ontwikkelen zich klankschappen en ritmes, op zoek naar de totstandkoming van muzikale biodiversiteit in de ontstane ruimte. Rotsachtige structuren schuren als tektonische platen over elkaar, er klinken opborrelende klankbronnen en atypisch meanderende geluidsrivieren. Zo ontstaat er een nieuwe wereld, die adembenemend is in zijn vele, met kracht en inventiviteit vormgegeven facetten.

Menigeen had het hierbij gelaten en de 30 minuten muziek uitgesmeerd over twee kanten vinyl. Niet Didier Rotella, en ook niet het label Kairos.

“Fragrances” (2015-2024) voor strijkkwartet biedt ruim 23 minuten gelaagd geweven geluidstapijt van strijkers, van interacties en complexe muziekpatronen, minutieus geconstrueerd uit een samenstelsel van elementen. Zoals een parfum, aldus de maker. Hij verwijst hiermee naar “Les sons et les parfums tournent dans l’air du soir” uit “Harmonie du soir” van Charles Baudelaire. Het beroemde vers inspireerde eerder Claude Debussy tot diens prelude “Les sons et les parfums tournent dans l’air du soir”, en is ook het uitgangspunt van Didier Rotella’s eerste strijkkwartet.

Als bij een parfum, openbaren de fijne nuances zich pas na meerdere beluisteringen. Ze zijn er in overvloed, van transparante klankwolken tot massieve geluidsmuren, van heftige erupties tot ijle luchtlijnen, zweven ze door de ruimte en nemen er bezit van, als de geuren van een parfum.

De twee delen van “Fragrances” worden uitgevoerd door de strijkers van Ensemble Links: violistes Constance Ronzatti en Laurine Rochut, altvioliste Elodie Gaudet en celliste Anne Mousserion.

Deel een – “Premier mouvement” – is explosief, met krachtige klappen op de instrumenten die afwisselend vol resonerend en gedempt klinken en een combinatie van dichte en breekbare klanken. In het tweede deel – “Second mouvement”- vermengen de muzikale elementen zich en overlappen ze elkaar in zowel heldere melodieën als massieve klanken. De voortgang wordt telkens opnieuw bijgestuurd door uitbarstingen van versnelling en vertraging. En dan is er, aan het eind, stilte. “Silence is a rhythm too”, zong zangeres Ari Up van The Slits ooit.

Maar we zijn er nog niet. De afsluiter “Mogari” (2019-2022) is geschreven voor fluit, saxofoon, percussie, piano en live elektronica. Het wordt hier uitgevoerd door Ensemble Proxima Centauri, een muziekensemble dat de regels van kamermuziek vernieuwt door elektro-akoestiek op een gelijkwaardige manier te integreren. Het ensemble bestaat uit Sylvain Millepied (fluit), Marie-Bernadette Charrier (saxofoon), Didier Rotella (piano), Benoît Poly (percussie) en Christophe Havel (elektronica).

“Mogari’ neemt de luisteraar mee naar het oude Japan. In die tijd verwees het woord “Mogari” naar alle begrafenisrituelen die plaatsvonden vóór de opkomst van het boeddhisme in de 7e eeuw. Traditionele Mogari-rituelen bestonden uit sterk gestructureerde onderdelen die plaatsvonden tussen het moment van overlijden en de begrafenis. Deze onderdelen vonden op verschillende locaties plaats en begeleidden zowel de fysieke reis van het lichaam als de reis van de overleden ziel van de wereld van de levenden (woningen) naar de geestelijke wereld (de zee).

Deze spirituele reis is hier getransponeerd naar muziek, met als doel onze relatie met de wereld te verkennen en stil te staan bij wat ons mensen maakt. Net als in “Catharsis” zijn de pauken uitgerust met sensoren en exciters om het geluid te manipuleren. Daarnaast is de piano, naast de exciters, voorzien van een tweede MIDI-toetsenbord.

“Mogari” reflecteert in een spirituele reis van vijf delen, samen goed voor 12 minuten, op het belang van rituelen voor de mens.

De eerste twee fasen van “Mogari” beginnen met “Tatari”, waarin de dood wordt aangekondigd, gevolgd door de eerste klaagzangen. De tweede fase, “Tama-Yobi”, staat voor het terugroepen van de ziel. “Banka” is een langzaam en klaaglijk eerbetoon aan de overledene en bezingt op poëtische wijze de reis van de ziel. In de daarop volgende dans “Asobu” brengt een pulserend ritme onweerstaanbaar een staat van trance teweeg, waarbij zich vervolgens geleidelijk de saxofoon voegt in “Banka No. 2” . Dan sterft de dans weg en keert de klaagzang weer, nu met meer herkenbare, rituele motieven. In het laatste deel leiden percussieve ritmes en de blaasinstrumenten naar het afsluitende “Tatefushi”, een lied van verzoening met de dood dat uiteindelijk vrede belooft.

Traditionele muziek in Japan maakte van oudsher veelvuldig gebruik van de rijke verscheidenheid aan percussie. Dit geldt ook voor Didier Rotella in zijn werk “Mogari”. In deze compositie fungeert percussie als een motor van muziek, die dient als middel voor spirituele transformatie en leidt tot beweging en evenwicht.

In den beginne was er ritme. Uit dat ritme zijn op “Zone Grise” kracht en schoonheid geboren.

Didier Rotella – Zone Grise (KAIROS)
Foto’s © Isabelle Scotta