Geluidskunstenaar mengt Oost en West
Componist, producer en muzikant Michel Banabila maakte in 1999 wereldwijd naam met het album ‘VoizNoiz’. Op de recente dubbel-cd ‘Precious Images, Datafiles 1999-2008’ presenteert de multigetalenteerde geluidskunstenaar een staalkaart van zijn kunnen. En dat is niet mis.
Gonzo Magazine #92, augustus 2010
Hij werkt met muzikanten uit een breed scala van muzikale culturen. Om die reden wordt hij vaak een wereldreiziger in muziek genoemd. Zelf kan Michel Banabila (Amsterdam, 1961) niet zoveel met die benaming. “Ik heb ooit in zo’n band gezeten, East Meets West. Sindsdien word ik daarop vastgepind. Voor mij is het niet zo zwart-wit. Ik wil niet hypocriet doen, maar ik wil me niet laten definiëren door stijlen. Ik werk nu eenmaal graag met anderen samen. Vaak wonen die mensen gewoon in mijn eigen omgeving. In Amsterdam heb ik lang in de Pijp gewoond en nu in Rotterdam woon ik in het Nieuwe Westen. Toevallig is de bevolking nergens in Nederland zo gemêleerd als in die buurten. Ik laat me graag door alles beïnvloeden waar ik mee te maken krijg. Ik ben daarbij echter niet bewust op zoek naar multiculti dingen. Ik vind dat ook een beetje saai.”
Kalligrafieën
Aan de muren van zijn woonkamer hangen ingelijste platenhoezen van The Orb, Robert Wyatt en Holger Czukay, maar ook van Thelonious Monk en de Tunesische udspeler Anouar Brahem. De geluidsinstallatie speelt een cd van Milton Nascimento. “Zijn oudere platen zijn geweldig. Ik hou wel van die dingen. Zoals de bossa’s van Tom Jobim. Die zitten zo geniaal in elkaar. Dat heb je natuurlijk met cultuur. Na verloop van tijd wordt iets, doordat het zich ontwikkelt, zo rijk. Ik hou heel erg van liedjes. Het is dat ik helaas geen teksten kan schrijven. Brazilianen verstaan het vak van mooie liedjes maken echt als geen ander.”
Hij wijst op de met fraaie kalligrafieën vormgeven hoes van ‘Barzakh’ van Brahem. Op dit in 1990 bij het Duitse ECM verschenen album bericht de udspeler samen met violist Bechir Selmi en percussionist Lassad Hosni uit een muzikale wereld waarin Arabische tradities op virtuoze wijze samensmelten met zigeunermelodieën en de jazz van Hot Club De France, muzieksoorten die ook Banabila aanspreken. “Een geweldige plaat,” zegt hij, en noemt en passant de muziek die Brahem maakte voor de film ‘Les silences du palais’, het fascinerende debuut waarmee de Tunesische regisseuse Moufida Tlatli in 1994 in Cannes zoveel indruk maakte dat haar een eervolle vermelding ten deel viel. In de soundtrack, die onder leiding van Brahem tot stand kwam en waarin de prachtige melancholische zang van Sonia Laraissi is te horen, wisselen traditionele muziek en speciaal voor dit doel geschreven ‘moderne’ klankbeelden elkaar op prettige wijze af. Banabila bewondert de manier waarop Brahem in zijn composities de grenzen tussen jazz en traditionele Arabische muziek aftast en naar interessante mogelijkheden voor interactie zoekt. Daarbij is de Tunesiër een virtuoos op zijn instrument, de ud, een fretloze korthalsluit met dubbele snaren, die steeds vaker een plaats opeist in de moderne muziek. Banabila: “Ik hou sowieso wel van de nieuwe lichting Arabische muzikanten. Een vriend van mij, Salar Asid, heeft ooit als eerste violist in het Bagdad Symfonie Orkest gespeeld. Hij was na de val van Saddam Hussein weer teruggegaan naar Bagdad. Maar onlangs, toen hij hier was voor opnamen, liet hij weten toch weer naar Nederland te willen komen, dat hij toch iets te enthousiast was geweest over het nieuwe leven daar. Hij is een waanzinnig goede violist. Ik vind het echt te gek dat ik met zo iemand mag werken.”
“Componeren is editen”
Huiskameronweer
Violist Salar Asid is een van de vele muzikanten die te horen zijn op de eind vorig jaar uitgebrachte dubbel-cd ‘Precious Images, Datafiles 1999-2008’, een compilatie met oud en nieuw werk van Banabila. Op cd 1 staan nummers van de drie ‘VoizNoiz’-cd’s (1999, 2001 en 2002) en de tweedelige ‘Spherics’-reeks (2001 en 2003). Deze worden gecomplementeerd met een nummer van ‘Arhil’, de cd die Banabila in 2000 maakte met de als soefizanger bekende Marokkaanse vocalist Bahia El Idrissi, en een track van het verzamelalbum ‘X-Rated: The Electronic Files’ uit 2002. Alle nummers zijn opnieuw geremasterd en een paar zijn er geremixt. De tweede cd bevat nieuw nog niet eerder uitgebracht materiaal dat Banabila in 2008 heeft opgenomen, het merendeel daarvan voor theater en televisie.
‘Precious Images, Datafiles 1999-2008’ laat de ontwikkeling horen die Banabila sinds ‘VoizNoiz’ heeft doorgemaakt, zijn groei als componist. Zijn filmische soundscapes horen inmiddels tot het beste wat er op dat gebied bestaat en kunnen zich meten met het werk van internationale vedetten. Tracks als ‘Magical Day’, ‘Little Picture on the Wall’ en ‘Voix du fou’ bijvoorbeeld – alle te vinden op cd 2 – ademen het soort van warm-landelijke melancholie waardoor ook de scores die Nicola Piovani maakte voor de films van de Italiaanse broers Taviani (‘Kaos’, ‘Fiorile’) worden gekenmerkt. Alleen is de aanpak van Banabila zoveel subtieler. Hij creëert échte juweeltjes. De genoemde nummers zijn door Banabila, net als ‘A Man in a Room’, ‘A Dark Premonition’, ‘Ears Tell Us Where We Are in Space’, ‘The Holy Mountain’ en het bijzonder heftige ‘Wasp’ in opdracht gecomponeerd voor de Orkater theaterproductie ‘Huiskameronweer’ uit 2008.
‘Huiskameronweer’ was niet de eerste samenwerking met Orkater. Banabila werkte eerder mee aan ‘Eiland’ uit 2005. Het nummer ‘E.T.’ uit deze productie, dat ook op ‘Precious Images, Datafiles 1999-2008’ staat, heeft een opmerkelijke ontstaansgeschiedenis. Het bevat namelijk bewerkte samples van Banabila’s eigen stem die oorspronkelijk bedoeld waren voor ‘Ten Steps to Heaven’, een nummer van de in 2001 uitgebrachte cd ‘Linear City (Internet Audio Collabs)’ van Holger Czukay, een van Banabila’s muzikale helden. Banabila legt uit: “Ik heb met hem online gewerkt. Ik volgde zijn nieuws altijd. Toen begon hij zo’n internetsamenwerking. Tegenwoordig is dat heel gangbaar, maar toen was het nieuw. Je kreeg een url toegezonden en een wachtwoord en dan kon je iets downloaden wat hij – volgens zijn website-info – met David Sylvian had gemaakt. Er werkten verspreid over de hele wereld zo’n twintig mensen aan het project mee. Na het downloaden kon je er iets bij maken, dingen veranderen en vervolgens stuurde je het terug. Hij filterde dan, koos de dingen die hem aanspraken, voegde nieuwe elementen toe en dan kwam het weer bij jou. Uiteindelijk is het een nummer geworden van vierentwintig minuten. Ik vond het een geweldige ervaring. Iedere ochtend naar de computer. Benieuwd wat er zou zijn. Het was een heel spannende en verrassende manier van werken. Maar tegelijkertijd confronterend. Iemand kan voor jou een held zijn. En daar heb je je van alles bij voorgesteld. Maar de helft klopt natuurlijk niet. En dan zijn er natuurlijk dingen die jij heel goed vindt, maar waar hij geen gebruik van maakt. Andersom kan overigens ook: dat jij iets maar zozo vindt, maar vooruit, je stuurt het op, en dat hij het vervolgens prominent in het nummer verwerkt. Dat is overigens wel weer leerzaam. Wat mij aanspreekt in het hele open source-idee, is het feit dat je iets kunt laten groeien. Je maakt iets en vervolgens laat je het los. Dat is sowieso handig. Iets is nooit af. Hoe vaak gebeurt het niet dat ik iets uit het verleden hoor en dan denk: Waarom heb ik dat toen niet zo en zo gedaan? Maar dat kan ook met anderen. Je kunt iets uit handen geven. Het hele remix-idee is daarop gebaseerd. Tegelijkertijd doe ik het toch nog altijd het liefst live, met iedereen erbij. Maar soms, als het niet anders kan, is dit een goede manier van werken. Maar er gaat echt niets boven samenspelen.”
Samenwerken. Samen spelen. Samen. De carrière van Michel Banabila is erop gebaseerd. De lijst van artiesten, van musici, kunstenaars, theater- en televisiemakers met wie hij werkte, is lang en groeit nog altijd. De Marokkaanse zanger Bahia El Idrissi is al genoemd. Een andere stem met wie Banabila werkte, is die van de Indiase zangeres Sandhya Sanjana. Met haar nam hij onder andere het op het oudtestamentische verhaal over de Babylonische spraakverwarring gebaseerde ‘Speech’ op, een nummer dat behalve op Banabila’s film- en documentairealbum ‘Traces’ is te vinden op de sampler-cd ‘An Evening with Ryukyu Underground’ van de gelijknamige mixed media-formatie uit Japan. Ook de Koerdische violist Salar Asid is al voorbij gekomen. Diens samenspel met de Turkse multi-instrumentalist Yasar Saka (ud, fluit) in ‘Yasar + Salar Session’ was te horen in de door de VPRO uitgezonden documentaire ‘Onze Jongens’ (2007), over de Nederlandse soldaten in Afghanistan. Een andere samenwerking, die met videokunstenares Olga Mink, resulteerde in ‘Voice Print (08 remix)’, ‘Low Pulse & High Noiz’ en ‘Crime Scene (08 remix)’, alle drie te vinden op ‘Precious Images, Datafiles 1999-2008’. En met jazz- en funkgitarist Anton Goudsmit (onder meer The New Cool Collective) nam Banabila het op virtuoos gespeelde improvisaties gebaseerde ‘Ears Tell Us Where We Are in Space’ op.
Gekidnapt
En dan is er Eric Vloeimans, met stip de beste en meest interessante trompettist in Nederland en ver daarbuiten. Hij is inmiddels een heel goede vriend, net zoals overigens de meesten met wie de componist samenwerkt. Het verhaal van hun ontmoeting loopt via Turkije, vertelt Banabila. “Ik werkte met Yasar en die kende Erkan Ogur, een bekende, zo niet de bekendste gitarist in Turkije. Hij was een van de eersten die een EBow gebruikten, je weet wel, dat ding dat bekend werd door Genesis en Steve Hackett. Maar Erkan gebruikte hem op een fretloze gitaar, waarop hij oosterse toonladders en kwarttonen en zo speelde. In combinatie met de EBow produceerde hij een geluid dat soms klonk alsof het van een ney (traditionele rietfluit, cce) afkomstig was. Maar het was dus een gitaar. Echt, je weet niet wat je hoort. Door Yasar leerde ik de muziek van Erkan kennen. Ik heb toen een keer een cd op de kop getikt met sefardische muziek die door hem was geproduceerd en die een enorme indruk op mij maakte. Op die cd werd de muziek van de joodse cultuur, zoals die eeuwen geleden door ballingen is meegenomen uit het Spanje van de inquisitie, vermengd met Turkse instrumenten. En met de EBow. Op een gegeven moment kwam die man hier een keer optreden. Toen heeft Yasar geregeld dat we met hem konden opnemen. We hebben hem letterlijk na zijn optreden gekidnapt. Hij vloog namelijk de volgende dag alweer terug naar Istanboel. We hebben hem naar Yasars studio gehaald en twee nummers opgenomen. Een jaar later hoorde ik dat Erkan met een Rotterdamse trompettist optrad. Dat was Eric Vloeimans. Ik had nog nooit van hem gehoord. Hij was toen nog niet zo bekend als nu. Ik zag Eric spelen en ging helemaal uit mijn dak. Die gast had een techniek en kon echt alles. En met zoveel emotie. Niet lang daarna kwam ik hem tegen bij een optreden van Farmers Market, een Noors-Bulgaarse band. We raakten in gesprek en hij stelde voor dat ik wat zou laten horen. Toen heb ik eerst een voorstellingsplaat opgestuurd. En hoewel ik dacht daarna nooit meer iets van hem te vernemen, had ik binnen vierentwintig uur een e-mail met de boodschap dat we samen iets gingen doen. Vervolgens klapte ik helemaal dicht. Hij kwam met een bandje met trompetspel dat hij voor mij had geïmproviseerd. Ik denk dat ik er gewoon van schrok. Maar daar begon wel onze vriendschap. Op een dag zei ik tegen hem dat ik me dood schaamde – ik met mijn grote mond, die wilde samenwerken. Na drie weken had ik nog niets gedaan. Toen keek hij me aan en zei: ‘Michel, je bent al lang bezig.’ Ik zei: ‘Ik doe niets.’ ‘Jawel,’ zei hij, ‘het is alleen nog van binnen.’ Achteraf denk ik dat dat waar was. Het is een onwijs goede gast, niet alleen een goede muzikant, maar gewoon iemand aan wie ik veel heb. Een prettige man. Die heel vaak een goed humeur heeft. Ik ben zelf vrij humeurig. Vlak daarna ging ik aan de slag. Hij vond het perfect. Toen raakte alles in een stroomversnelling. We spelen nu heel veel samen.”
Evenwicht
Improvisatie is belangrijk voor hem. “Ik ben geen componist die netjes nootjes schrijft. Ik kan dat niet eens. Inmiddels bestaat zo ongeveer de helft van alle mensen met wie ik werk uit hooggeschoolde musici en die kunnen allemaal noten lezen. Maar ik dus niet. Als ik een akkoord pak, weet ik heel goed wat ik doe. Maar vraag je mij hoe dat akkoord heet, dan kan ik het je meestal niet vertellen. Editing. Dat is mijn manier van componeren. Dat doe ik al heel lang. Ik heb een soort haat-liefdeverhouding met computers. In principe hou ik niet van ze. Er zitten een aantal aspecten aan het werken met computers die ik heel vervelend vind. Om dat te compenseren, gebruik ik heel vaak en steeds meer eigenlijk improvisaties van akoestisch spelende mensen. Het is heerlijk om dat als uitgangspunt te kunnen nemen. En dan kan die computer daarna wel weer een rol spelen. Ik hou het graag in evenwicht.”
Hij zei het zelf al: Componeren is voor hem editen. Daar ligt, als het aan Michel Banabila zelf ligt, zijn toekomst. “Ik zou bijvoorbeeld heel graag iets voor strijkkwartet willen doen. Nu blijkt hier bij mij in de buurt iemand te wonen van het Zapp String Quartet en die heeft al laten weten daar voor in te zijn. Dus, wie weet. Op dit moment zou ik het liefst een cd willen maken met composities die helemaal akoestisch worden uitgevoerd. Die daarna wel de computer in mogen, om er eventueel hier en daar heel summier wat elektronica aan toe te voegen en om er wat editing op los te laten. Maar het uitgangspunt is een melodie die wordt uitgevoerd door akoestisch spelende instrumentalisten. En dat moeten topmuzikanten zijn uit bijvoorbeeld jazz en klassieke muziek, het liefst mensen die zelf in hun werk de grenzen van hun muzikale wereld overgaan. Als ik het over topmuzikanten heb, heb ik het overigens niet alleen over techniek. Techniek is niet het belangrijkste. Techniek kun je overal wel leren. Maar om goed te doen wat ik voor ogen heb, heb je behalve techniek inlevingsvermogen nodig, en een bepaald expressietalent. Die combinatie is niet voor iedereen weggelegd. Maar Eric (Vloeimans, cce) en Anton (Goudsmit, cce), die hebben dat.”
En Michel Banabila zelf? Die heeft dat ook. Een multitalent. Hoogste verdieping.

https://banabila.bandcamp.com/album/precious-images
Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in Gonzo Magazine #92, augustus 2010
