Het zaad van Gilberto Gil

Zanger-gitarist Gilberto Gil (1942) was een van de leiders van de Tropicália-beweging die in de jaren zestig tijdens de dictatuur in Brazilië voor culturele ophef zorgde. Onder het motto ‘Two Friends, a Century of Music’ treedt hij donderdag 25 juni samen met zijn oude makker Caetano Veloso op in Het Concertgebouw in Amsterdam.

Ik sprak Gilberto Gil lang geleden over zijn “meesters” en over samba. Delen van dat interview blijken, gezien zijn laatste album Gilbertos Samba, nog altijd relevant.

Vraag om het even wie naar Braziliaanse muziek en hij of zij zal bossa nova noemen, maar vooral samba en carnaval tropical. Gilberto Gil heeft geen problemen met de beperkte kennis die mensen in andere landen vaak hebben over Braziliaanse muziek. Want of het nu gaat om forró, lambada, baião, frevo, fricote en afoxé, het blijft volgens hem allemaal samba. Gil: “Als je naar de kern van de muziek gaat, welke Braziliaanse muziek ook, het is altijd samba wat overblijft. Samba is om zo te zeggen ons zaad, ons ritmische zaad, ons muzikale zaad. Wij zíjn samba. Daarbij zijn er verschillende soorten van samba, zoals de samba van Minas Gerais, de samba van Bahia, de samba van Pernambuco die we maracatu noemen, de samba van Maranhão, die weer een andere naam heeft, de samba van Amazonas die carimbó heet. Ondanks het feit dat ze onderling vaak heel verschillend zijn, hebben ze allemaal ergens iets van samba, allemaal.”

“Samba is om zo te zeggen ons zaad, ons ritmische zaad, ons muzikale zaad”

Gilberto Gil vertelt enthousiast over zijn “meesters”, de componisten en musici die aan de basis hebben gestaan van zijn ontwikkeling tot een van de vaders van de moderne populaire muziek in Brazilië. Zoals Luiz Gonzaga, die in de jaren veertig de spreekbuis werd van de landarbeiders in het noordoosten en die in 1946 samen met Humberto Teixeira met Baião een liedje schreef waarnaar een hele nieuwe soort van populaire dansmuziek werd genoemd. Zoals zanger-percussionist Jackson do Pandeiro, eveneens van het noordoosten maar in tegenstelling tot Gonzaga meer een pleitbezorger van de muziek zoals die werd gespeeld in de kuststreek en in de steden. Zoals Dorival Caymmi, net als Gil afkomstig uit Salvador, en João Gilberto, bekend als “de paus van de bossa nova”. En natuurlijk trompettist Miles Davis.

Wat al deze musici met elkaar gemeen hebben? In ieder geval konden zij allemaal emotie overbrengen, zegt hij, een gevoel dat direct het gemoed beroert. Gil: “Luiz Gonzaga beschreef in zijn liedjes het landschap van het noordoosten, zoals hij dat ervoer. Hij zong over het leven van de boeren, over hun liefdes, hun strijd voor de vrijheid en hun manieren om de schoonheid van de natuur te vieren. Dorival Caymmi deed hetzelfde in Bahia. Hij praatte over het leven van de vissers, hun dagelijkse omgang met de zee, met de boten, met de vissen, de liefde voor hun vrouwen. En hij zong over de maan en kokosnootbomen en alles wat daarbij hoort. De muziek van Dorival Caymmi was in zekere zin totaal anders dan die van Luiz Gonzaga. Hij speelde bijvoorbeeld gitaar, geen accordeon zoals Gonzaga. Maar beiden hadden die soort spirituele kwaliteit waarmee iemand een hart onder de riem kon worden gestoken. Hetzelfde gold voor Miles Davis, ook al kwam die van een totaal andere achtergrond, de donkere wereld van jazz en drugs, het altijd voortdurende gevecht tegen vooroordelen en racisme.”

“Als er energie is, dan ben ik daar om erop te reageren”

Als zijn directe muzikale invloeden noemt Gilberto Gil de traditionele stijlen van Bahia, de ritmes van de Afro-Braziliaanse candomblé religie en van de drummers in de straten van Salvador, het zingen van de oude vrouwen en de liederen van de vissers. Zijn latere woonplaats Rio de Janeiro gaf hem de samba van de favela’s en de populaire muziek die zich destijds in Rio ontwikkelde. Gil: “In Bahia luisterden we toen ik jong was altijd naar de radio, voor muziek en nieuws en alles. Alle radiozenders die we konden ontvangen, zaten in Rio. Daar waren de grote stations die de muziekprogramma’s uitzonden. In die tijd waren er geen platen. Dus zonden ze live muziek uit. Ze hadden de belangrijkste zangers, zowel vrouwelijke als mannelijke, grote musici. Er waren de bands die in de studio live speelden en die werden uitgezonden over het hele land. Daar waren hele grote, hele beroemde poporkesten bij. Uiteindelijk zijn ze echter op een enkele uitzondering na allemaal verdwenen. Er was geen werk meer zoals vroeger, toen ze niet alleen de radio hadden maar ook de casino’s, de clubs waar ze optraden.”

“Muziek is voor ons als een voedingsmiddel. Zonder kunnen wij niet leven”

Gilberto Gil mag dan een zekere liefde en vooral ook respect hebben voor de tradities van het verleden, hij kijkt toch vooral vooruit en ziet de toekomst van de Braziliaanse populaire muziek zonnig in. Hij heeft het volste vertrouwen, zegt hij, in de nieuwe generatie muzikanten. En over zijn eigen muzikale toekomst: “Blijven doorgaan, aandacht geven aan anderen, de nieuwkomers in de muziek steunen en vooral veel plezier hebben. Ik geniet enorm van spelen en zingen en optreden, van de interactie met het publiek. Als er energie is, dan ben ik daar om erop te reageren.”

Muziek is voor Brazilianen een bron van energie waar ze de accu van het leven mee opladen. Of om met Gilberto Gil te spreken: “Brazilië zonder muziek is ondenkbaar. Er is altijd muziek in Brazilië. Dat is een behoefte, die komt van heel diep binnen in ons. Muziek is voor ons als een voedingsmiddel. Zonder kunnen wij niet leven.”

In 2014 bracht Gilberto Gil het album Gilbertos Samba uit met daarop nummers als Eu Sambo Mesmo (met Danilo Caymmi, zoon van Dorival Caymmi), Desde Que o Samba é Samba en Eu Vim da Bahia.