Ashes is een album dat laveert tussen uitersten: vernietiging en hoop, herinnering en verbeelding, mens en machine. Referentiepunten zijn onder meer David Bowie, Johann Sebastian Bach, Alban Berg en Laibach.
De muziek komt meteen snoeihard binnen met de titeltrack, die explodeert als een Big Bang, uitgevoerd door het vitale Amerikaanse kamerorkest Alarm Will Sound, een naam die hier bijzonder toepasselijk is.
De in 1984 in Kroatië geboren componist en geluidskunstenaar Davor Vincze beweegt zich in zijn werk rond thema’s als chaos, destructie, hoop en het onderscheid tussen mens en machine. Die thematiek is nauw verbonden met zijn jeugd in het door oorlog getekende Zagreb. Ervaringen van verlies en onzekerheid hebben daar een blijvende indruk achtergelaten en resoneren in zijn muziek. Tegelijk plaatst hij die persoonlijke achtergrond in een bredere context, waarin technologie, filosofie en verbeelding samenkomen.
In zijn composities combineert Vincze traditionele instrumenten met elektronica en nieuwe technologieën. Hij gebruikt onder meer algoritmes en machine learning (een vorm van kunstmatige intelligentie waarbij systemen leren van data) om bestaande klanken te vervormen en nieuwe muzikale structuren te ontwikkelen. Daarbij onderzoekt hij niet alleen de mogelijkheden die technologie biedt, maar ook de imperfecties van zowel mens als machine.
De zes composities op Ashes vormen een hecht geheel. Het album schetst een wereld die tegelijk persoonlijk, historisch en filmisch is. Meer dan een verzameling stukken is het een doorlopende gedachtegang, een verhaal dat zich ontvouwt in klank. De titel is in dat opzicht veelzeggend: as staat niet alleen voor verlies, maar ook voor wat na verbranding overblijft en de basis kan vormen voor nieuw leven.
Het infoboekje bij het album, met het zeer lezenswaardige essay ASHES—Music Between Chaos and Reflection van Laura Emmery (Assistant Professor of Music Theory aan Emory University), werpt extra licht op die gelaagdheid. Daaruit blijkt hoe sterk Vincze’s jeugd tijdens de oorlogen in voormalig Joegoslavië doorwerkt in de muziek. Toch blijft het niet bij een persoonlijke terugblik: zijn ervaringen worden verbonden met bredere thema’s als geweld, onzekerheid en collectief trauma, waardoor het album een meer universele lading krijgt.
De inspiratie voor het titelwerk onderstreept dat nog eens. Ashes (2024) voor kamerorkest ontstond mede naar aanleiding van een bezoek aan een taoïstische tempel in Hongkong, waar “rook, ritueel en stilte samenvloeien met herinneringen aan oorlog en verlies”, en aan Vincze’s jeugd. Het stuk laat chaos en verstilling naast elkaar bestaan, met subtiele verwijzingen naar David Bowie’s Ashes to Ashes. Tegelijk is het opgedragen aan de onschuldige slachtoffers van de oorlogen in voormalig Joegoslavië.
In #MeMyselfAI (2021) onderzoekt Davor Vincze, samen met violist Roberto Alonso Trillo en ensemble Vertixe Sonora, de spanning tussen mens en kunstmatige intelligentie via machine learning en het idee van ‘verborgen’ representaties: abstracte, gecomprimeerde beschrijvingen van complexe data waarin vergelijkbare elementen dicht bij elkaar liggen. Hij stelt dat muziekstukken ook in zo’n multidimensionale ruimte kunnen bestaan, waarbij fragmenten als afzonderlijke punten (met kenmerken zoals klankkleur, ritme en harmonie) worden opgeslagen en creatief opnieuw met elkaar worden verbonden tot nieuw materiaal.
In deze compositie, gebaseerd op Alban Bergs Violinkonzert uit 1935, hercombineert hij bestaande muzikale fragmenten via zijn microllage-methode (een combinatie van micro en collage). Hij selecteert, herschikt en herdefinieert relaties tussen muzikale elementen op verschillende niveaus.
Bergs Violinkonzert Dem Andenken eines Engels, gaat over de dood en verheerlijking van Manon Gropius, de vroeg overleden dochter van Alma Mahler en Walter Gropius, die op 22 april 1935 op 18-jarige leeftijd stierf; Berg componeerde het als een muzikaal requiem en verwerkte onder meer het Bach-koraal Es ist genug.
De interactie tussen viool en elektronica vervaagt de grens tussen mens en machine en roept de vraag op wat nog menselijk is en wat kunstmatig. Waar Bergs werk rouw en het einde van een tijdperk weerspiegelt, klinkt #MeMyselfAI als een bijna wanhopige reactie op “verlies van biodiversiteit en humanisme in de nasleep van de COVID-19-pandemie, en op de daaruit voortvloeiende isolatie en digitalisering” (Laura Emmery).
Het volgende stuk beweegt zich over onregelmatige paden, nu eens jagend, dan weer dwalend. Oltre il conflitto (of Why I Left Croatia, 2017) voor strijkkwartet — uitgevoerd door het JACK Quartet — is geïnspireerd door de oorlogservaringen van de componist en door een door hem bezochte retrospectieftentoonstelling van de Italiaanse fotojournalist Marco Longari over conflictgebieden. De muziek ademt een constante onrust en onzekerheid en maakt zo de aanhoudende spanning en kwetsbaarheid van vrede voelbaar.
Inflection Point (2011) voor gemengd ensemble vertrekt van het wiskundige idee van een buigpunt (in bijvoorbeeld een grafiek) als metafoor voor verandering en vernieuwing. Het stuk suggereert een overgang van orde naar chaos, waarbij elektronica een steeds belangrijkere rol speelt. Tegelijk blijft de dreiging van een ineenstorting, die zich onder luid geraas voltrekt, voortdurend op de achtergrond aanwezig. Hoewel Inflection Point inmiddels vijftien jaar oud is, heeft het niets aan actualiteit ingeboet. De opname, in 2012 in Haus der Deutschen Ensemble Akademie in Frankfurt uitgevoerd door Ensemble Modern onder leiding van de in 2020 overleden Reinbert de Leeuw, vloeit – zoals bijna alle composities op Ashes – naadloos over in Na Crti Crta (2017) voor marimba, percussie en tape door leden van het Nederlandse ensemble HIIIT.

Na Crti Crta ontstond in 2014 als compositieopdracht van een internationaal festival en werd later herzien. De titel lijkt te verwijzen naar lijnen of scheidsvlakken en roept associaties op met conflict, al laat Vincze nadrukkelijk ruimte voor een persoonlijke interpretatie. Het werk combineert scherpe klankmassa’s en ritmische spanning met meer verstilde passages, waarin veerkracht doorklinkt, en mondt uit in een krachtige ontlading.
Het stuk bestaat uit vijf korte delen waarin verval en sterfelijkheid centraal staan. Vincze verwijst daarbij zowel naar de Sloveense band Laibach als naar J.S. Bach. Elektronica en algoritmes worden ingezet om bestaand muzikaal materiaal te bewerken en te vervormen. Laibach – ook de historische Duitse naam voor de Sloveense hoofdstad Ljubljana – staat bekend om het hercontextualiseren van muziek, een werkwijze die Vincze inspireerde. Tegelijk leest hij de naam als een woordspel met ‘Lai’ (leek) en ‘Bach’: ‘Lai-Bach’. Met behulp van algoritmes, “die geen historisch of stilistisch besef hebben”, genereert hij nieuw materiaal uit Bachs zesde Brandenburgse concert, dat aldus “losraakt van zijn context en verschijnt als een artefact uit een ver verleden” (Laura Emmery).
In acousti©remations (2022) voor gemengd ensemble, hier uitgevoerd door het Zafraan Ensemble, richt Vincze zich op de gruweldaden in het concentratiekamp Jasenovac tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het stuk roept met zijn staketselachtige structuur van rauwe en schrille klanken en vaak duistere percussie een sfeer van angst en beklemming op. Jasenovac was het grootste concentratie- en vernietigingskamp op het grondgebied van het huidige Kroatië, opgericht in 1941 door de nationalistische en antisemitische, op fascistische leest geschoeide organisatie Ustaša. In 1945 werd het kamp door de bewakers grotendeels verwoest om sporen uit te wissen. In de compositie sterft het klankmateriaal langzaam uit tot wat we grijze ruis, of as, zouden kunnen noemen, binnen een structuur die zowel naar tastbare als denkbeeldige ruimtes verwijst.
Vincze’s muziek draagt sporen van zijn jeugd in het door oorlog getekende Zagreb. Thema’s als verlies en trauma zijn voelbaar aanwezig, maar worden steeds in evenwicht gehouden door een tegenstem van hoop. In zijn werk vloeien het menselijke en het mechanische in elkaar over; juist in de rafelranden en imperfecties ontstaat expressie, waardoor een gelaagde werkelijkheid ontstaat waarin herinnering en verbeelding elkaar voortdurend spiegelen.
Die luisterhouding doet denken aan een passage uit Mijn heldere afgrond van de Amerikaanse dichter Christian Wiman, in de vertaling van Willem Jan Otten. Daarin beschrijft hij hoe ieder mens een soort verborgen muziek met zich meedraagt – niet altijd aangenaam, maar wel indringend en moeilijk werkelijk te horen. Precies dat lijkt Davor Vincze met Ashes te beogen: hij nodigt de luisteraar uit om aandacht te geven aan wat ongemakkelijk is.
De zes werken op Ashes tonen een componist die existentiële vragen hoorbaar maakt. Tegenstellingen verschijnen niet als breuklijnen, maar als spanningsvelden: tussen chaos en hoop, verleden en toekomst, het concrete en het denkbeeldige. Het album beweegt zich tussen wat was en wat had kunnen zijn, tussen wat blijft en wat vervaagt. Wat uiteindelijk blijft hangen, is muziek die niet alleen in het moment raakt, maar blijft resoneren als een echo, die langzaam transformeert en zich nestelt bij de luisteraar.
Davor Vincze – Ashes (KAIROS)
Literatuur, bronnen:
Laura Emmery: ASHES—Music Between Chaos and Reflection
Christian Wiman: Mijn heldere afgrond
