Bezield Freiburger Barockorchester onder leiding van dirigent Pablo Heras-Cassado doet Beethovens negende exploderen in een ware ‘Ode an die Freude’

In het kader van Beethoven-jaar 2020 (de componist werd 250 jaar geleden geboren) hebben de musici van het Freiburger Barockorchester onder leiding van dirigent Pablo Heras-Cassado de negende symfonie van Beethoven opgenomen. Het is een bijzondere uitvoering geworden, die op dubbelalbum wordt gecombineerd met Beethovens ‘Fantasie’ voor piano, koor en orkest op. 80. Dit laatste werk, dat bekend staat als ‘Choral Fantasy’, wordt beschouwd als de voorloper van ‘No. 9’, op. 125. Tijdens de première van de ‘koorfantasie’ als onderdeel van een megaconcert op 22 december 1808 in Wenen zat Beethoven zelf achter de piano. Op de opname van het Freiburger Barockorchester neemt de befaamde Australische pianist van Zuid-Afrikaanse afkomst Kristian Bezuidenhout de pianopartij voor zijn rekening.

Beethovens ‘Fantasie’ voor piano, koor en orkest werd gecomponeerd als uitsmijter van het genoemde concert van 22 december 1808, dat daarnaast een concertaria, twee delen uit ‘Messe in C-Dur op. 86’ en pianoconcert nr. 4 omvatte. De (ongebruikelijke) score zou een direct gevolg zijn van de de wens om deze aan te laten sluiten op de andere stukken op het programma. Meerdere onderzoekers constateerden een gelijkenis tussen dit werk en Beethovens symfonie ‘No. 9’, bekend als de ‘koorsymfonie’, die in 1824 in première ging. Er zijn inderdaad sterke gelijkenissen te vinden in de belangrijkste melodieën van de twee werken.

Een andere overeenkomst bieden de libretto’s. De bekende uitbundige koorfinale (“Alle Menschen werden Brüder”) van Beethovens negende symfonie is gebaseerd op het gedicht ‘Ode an die Freude’ (‘Lofdicht aan de vreugde’) van de Duitse toneelschrijver, filosoof en dichter Friedrich Schiller (1759-1805). De tekst prijst de broederschap en goede wil als de vrucht van gedeelde vreugde. Een soortgelijke boodschap zingt het koor in de slotmaat van ‘Choral Fantasy’: “Als liefde en kracht zich verenigen, daalt Gods genade neer op de hele mensheid.” Over de schrijver van deze laatste tekst bestaat onduidelijkheid. Georg Friedrich Treitschke wordt wel genoemd, die ook de tekst verzorgde voor Beethovens enige opera, ‘Fidelio’. Carl Czerny, een student van Beethoven, eiste echter dat een andere dichter, Christoph Kuffner, zou worden gecrediteerd (bron: Encyclopedia Britannica).

Beide teksten refereren aan een nieuwe tijd die komen gaat. Daarin zijn de autoritaire machten verslagen en wacht de mensheid een stralende toekomst waarin conflicten tot het verleden horen. Beethoven geloofde sterk in dit revolutionair-romantische ideaal. Hij voegde in lijn hiermee voor zijn ‘koorsymfonie’ zelf nog drie regels toe aan het begin van Schillers ‘Ode an die Freude’:

O Freunde, nicht diese Töne!
Sondern laßt uns angenehmere
anstimmen und freudenvollere.

Freude! Freude!

Koorfantasie
De ‘Choral Fantasy’ begint met een lange pianosolo die de destijds 38-jarige Beethoven bij de première improviseerde. Vervolgens valt het orkest in en krijgt het geheel een concertant karakter, waarna in de finale koor en vocale solisten zich bij het geheel voegen. Kristian Bezuidenhout en zijn concertpartners van het Freiburger Barockorchester wilden in deze opname het publiek deze minder bekende partituur laten ervaren alsof deze zojuist in première was gegaan… getranscribeerd door Beethoven zelf! Het resultaat is spectaculair. Niet alleen laat Kristian Bezuidenhout eens te meer te horen tot de absolute top te horen; met zijn briljante techniek, heldere spel en sprankelende improvisaties plaatst hij de muzikale ziel van Beethoven meteen vanaf de eerste noten in het nu. Het maakt deze opname tot een bijzondere luisterervaring. De ‘Choral Fantasy’ duurt in totaal nog geen twintig minuten en sluit af met het vitaal samengaan van solozangers, koor, orkest en piano in (zoals Beethoven het zich indertijd wenste) “een briljante finale”, die de luisteraar ademloos achterlaat, verlangend naar meer. Dat laatste kan. Hoewel ‘Choral Fantasy’ op het dubbelalbum op de tweede schijf staat, is een omgekeerde volgorde van luisteren, dus eerst de ‘koorfantasie’ en daarna de ‘koorsymfonie’, misschien wel zo logisch.

Koorsymfonie
Het Freiburger Barockorchester onder leiding van dirigent Pablo Heras-Cassado geeft een bezielde lezing van de mythe onder de mythen, zoals Beethovens negende wel wordt genoemd. Meteen al in het eerste deel, ‘Allegro ma non troppo, un poco maestoso’, gaan alle registers open en voeren dirigent en orkest Beethovens negende over een duizelingwekkende achtbaan waarin thema melodieën en ritmes om elkaar spiralen als in een nooit ophoudende perpetuum mobile van muzikale emoties. De visie van Pablo Heras-Cassado is grensverleggend. Zijn bijzonder energieke aanpak leidt tot sensationele resultaten, maar de dirigent is ook en op de eerste plaats doelgericht. Hij voert het orkest soepel door de dynamische wisselingen in het tweede deel, ‘Molto vivace’, en de relatieve rust van het derde deel, ‘Adagio molto e cantabile’, naar het bekende, expressieve slot met koor en solisten, ‘Finale. Presto’. Het uitmuntende Freiburger Barockorchester in combinatie met het uitgebalanceerde stemmenmateriaal van de Zürcher Sing-Akademie en de kwalitatieve, geweldig op elkaar ingespeelde solisten maakt van ‘No. 9’ een feest dat aan het eind explodeert in een ware ‘Ode an die Freude’. Een superuitvoering met een boodschap die nog altijd actueel is en niet vaak genoeg kan klinken, zeker in deze tijd waarin veel “Alle Menschen werden Brüder” waarden naar de schroothoop worden gedragen.

Beethoven: Symphony No. 9 & Choral Fantasy
Christiane Karg (sopraan), Sophie Harmsen (mezzo), Werner Güra (tenor), Florian Boesch (bariton), Kristian Bezuidenhout (fortepiano)
Freiburger Barockorchester, Zürcher Sing-Akademie, Pablo Heras-Casado
Harmonia Mundi HMM902431.32 / EAN 3149020940754

*Tijdens de Olympische Spelen van 1956, 1960 en 1964 werd een fragment uit het vierde deel van Beethovens negende symfonie als volkslied gespeeld voor het Duitse Eenheidsteam. In 1972 koos de Raad van Europa de compositie als volkslied en in 1985 werd de tune van de ‘ode’ het officiële volkslied van de Europese Unie.