Ik schreef er eerder over: hoe muziek niet alleen gehoord, maar ook ruimtelijk ervaren wordt, als iets wat ons omhult, beweegt en vormt. Muziek draait zowel om compositie en uitvoering als om de ruimte die zij inneemt. Filosofisch gezien gaat muzikale ruimte over betekenisvolle ervaring — de verhouding tussen tijd, ruimte, bewustzijn en lichamen. Het is meer dan alleen de fysieke klanken: luisteren gebeurt in de muziek.
Praktisch gezien werkt muziek ruimtelijk: zalen, kamers en festivals vormen door geluidsgolven, reflecties en absorptie een klankomgeving. Musici gebruiken dit bewust, bijvoorbeeld door muziek te componeren voor specifieke ruimten of door het publiek door klankgebieden te laten bewegen.
Filosofen als Maurice Merleau-Ponty (1908–1961) benadrukken dat ruimte geen lege, abstracte leegte is, maar betekenis krijgt door onze waarneming, lichamelijke interactie en bewoning — een belichaamd verblijf in en met de wereld. Ruimte is dus een zintuiglijke en lichamelijke werkelijkheid die wij door ervaring vormen, niet louter een objectieve, meetbare entiteit.
Instrumenten en klankopbouw creëren sonische ruimtes, ook zonder zichtbare vorm. Technieken zoals filtering, reflectie en virtualisering maken ruimte voelbaar. In spectrale muziek en musique concrète bewegen klankobjecten in nieuwe omgevingen.
Samengevat: muzikale ruimte gaat over hoe geluiden, ruimtes en stilte samen betekenis creëren. Ruimte is altijd bewegend, subjectief en vol gevoel — zowel fysiek als conceptueel.
Sommige componisten trekken dit concept nog een stap verder. Bij hen vult of maakt muziek niet alleen de ruimte: de klanken zijn zelf de steeds veranderende levende lichamen en zo medespelers in de compositie. Die wordt bovendien gevormd door de plaats en het perspectief van de toehoorder.
‘Naturstudium III’: Tabuenca & Strasbourg in dialoog met de klanksculpturen van de Baschet-broers

“In den beginne was er ritme”, zo luidt de populaire kreet. Maar was dat wel zo? Na de oerknal heerste eerst pure klankchaos – de kosmische bulder van expanderend gas en botsende deeltjes – vóór ritme uit die wanorde kon kristalliseren.
Voor de Spaanse componist en percussionist Luis Tabuenca (1978) is muziek “in haar puurste essentie, een vorm in de lucht” – onzichtbare architectuur die tijd en ruimte kneedt.
Op het recent bij het label KAIROS uitgebrachte album ‘Naturstudium III’ onderzoekt Luis Tabuenca, in samenwerking met drie collega’s van Les Percussions de Strasbourg, de klankwerelden en materiaaleigenschappen van de Baschet-klanksculpturen. Deze unieke objecten van metaal, glas en hout – ontwikkeld in de jaren 1950 door de Franse broers Bernard en François Baschet, beeldend kunstenaars en instrumentenbouwers – functioneren zowel als instrument als architectuur. Het project ontwikkelt via materiaalonderzoek en dialoog een vernieuwend muzikaal vocabulaire en een hybride notatiesysteem met grafische en tekstuele elementen, om het vluchtige, ogenschijnlijk voorbijgaande karakter van hun klanken te vangen.
De Baschet-sculpturen zijn kruisingen tussen kunstobject en akoestische machine. Als driedimensionale resonatoren verspreiden ze geluid in veranderende klankwolken, waarbij ruimte en beweging deel van de compositie uitmaken. Tabuenca ziet ze niet als vaste instrumenten, maar als partners in dialoog – elke uitvoering een ontdekking.
‘Naturstudium III’ is het derde deel van een cyclus over geluid en omgeving, die rond 2021 subtiel van start ging met microgeluiden van akoestische instrumenten en die geïnspireerd is door Paul Klee’s Wege des Naturstudium (1923)*. Deel twee volgde circa 2022–2023. Daarin verschoof de focus van louter klankonderzoek naar ruimtelijke en uitvoeringsgerichte experimenten, waarin dezelfde microgeluiden in grotere muzikale vormen en trajecten werden geplaatst. In het derde deel staat het timbre van de Baschet-sculpturen centraal; daaruit ontstaat een sonische cartografie van nieuwe mogelijkheden binnen de hedendaagse muziek.
De opnames, gerealiseerd met Neu Records, gebruikten een immersieve microfoonopstelling – meerdere microfoons die geluid en akoestiek vanuit diverse richtingen vastleggen – om resonantie te bewaren. Zo werd het geen document, maar een ruimtelijke ervaring van trilling en transformatie: muziek als vorm in de lucht, herinnering aan het vergankelijke.
Het project stelt een filosofische vraag: hoe bewaar je geluid in zijn vluchtige, materiële vorm? ‘Naturstudium III’ luistert naar resonanties die dreigen te verdwijnen en legt hun spoor vast – een echo van het onvaste. Voor Tabuenca is geluid een spoor van het voortdurend veranderende.
De trail die de vier percussionisten afleggen, duurt vijfenvijftig minuten en is verdeeld over negen delen met de titel ‘Criptica’ (I–IX) en twee ‘Interludio’s’ (I en II). Het is een traject dat van de toehoorder een zekere overgave vraagt, maar eenmaal die drempel over bevindt die zich in een landschap van steeds wisselende structuren en klankschappen – nu eens van een harde en rauwe brutaliteit, dan weer bijna meditatief ademend – en wordt daar deelgenoot van. Het debuutalbum ‘Kollaps’ van de Duitse avant-gardeband Einstürzende Neubauten komt soms in gedachten, vooral bij de explosievere delen, maar ‘Naturstudium III’ is verfijnder: meer gericht op onderzoek naar instrumentale mogelijkheden en inrichtingen van klankarchitecturen dan op pure ‘Krach’. Daar horen ook minimalistische percussieritmes bij: “In the beginning there was rhythm”. Daar hoort overigens ook stilte bij: “Silence is a rhythm too”.
Luis Tabuenca, internationaal componist en onderzoeker, verkent grenzen tussen eigentijdse muziek, geluidskunst en performance. Les Percussions de Strasbourg, sinds 1962 toonaangevend, delen hier met hem een drive voor experiment. Hun in gezamenlijkheid verkende en uitgevoerde ‘Naturstudium III’ vormt een fascinerend klanklandschap op het snijvlak van kunst, wetenschap en poëzie.
*Paul Klee (1879-1940) ontwikkelde het concept ‘Naturstudium’ als kern van zijn artistieke en pedagogische werk aan het Bauhaus. Het stimuleerde een intuïtieve benadering van natuurlijke processen zoals groei en beweging, waarmee kunstenaars abstracte vormen destilleerden uit observaties van planten en dieren. Zijn methode, vastgelegd in beroemde notitieboeken, inspireert nog steeds kunstenaars en theoretici die natuur en creatie willen verbinden.
José-Luis Hurtado: licht in klank

“Ik probeer klanken te creëren die ik nog nooit eerder heb gehoord. Ik probeer muziek te maken waarin techniek niet zichtbaar is en beslissingen niet voor de hand liggen.”
De Mexicaans-Amerikaanse componist José-Luis Hurtado (1975), winnaar van een John Simon Guggenheim Fellowship (2020), beschouwt muziek als een vorm van licht: voortdurend veranderend, reflecterend en gelaagd. Zijn werk verkent klank als materie – uitgerekt, samengeperst, gereflecteerd en vervormd in vele lagen tegelijk. In zijn ‘Parametric Counterpoint’, eerst een compositie (2015) en later uitgewerkt op het gelijknamige album (2021), bewegen ritme, volume, klankkleur en hoogte onafhankelijk van elkaar, waardoor ruimtelijke texturen ontstaan. Hurtado zoekt klankervaringen waarin techniek onzichtbaar blijft en beslissingen niet voorspelbaar zijn; de luisteraar herkent pas achteraf de onderliggende vorm en logica.
Binnen dit kader vormt ‘Electric Dust’ (2022) een sleutelwerk én een van de kiemen van Hurtado’s nieuwe album ‘Star Trail’, opgenomen met Laboratorio de Música Nueva — gevestigd in Mexico-Stad en een van de meest radicale ensembles voor hedendaagse muziek in het Latijns-Amerikaanse circuit. Het stuk is gecomponeerd voor contrabas, piano en tam-tam, waarbij de expressieve mogelijkheden van alle drie de instrumenten tot het uiterste worden opgerekt om hun klankmogelijkheden radicaal uit te breiden. Papier op de lage pianosnaren creëert een ruisend, trillend geluid, terwijl objecten en kettinkjes op de tam-tam zorgen voor ratelende nagalmen; een grote papierklem op de kam van de contrabas genereert extra resonanties en schelle boventonen. Deze preparaties zijn geen bijzaak, maar de kern van het werk: samen vormen ze een korrelig, subtiel “elektrisch stof” waarin de muziek lijkt te zweven. Het klanklandschap dat zich ontvouwt heeft een grote filmische uitstraling, leeg en schurend als een verlaten vlakte in een westernfilm, inclusief het piepende rad van een windpomp, maar ook als de Zone uit Tarkovsky’s meesterwerk ‘Stalker’.
‘Electric Dust’ (2022) bestaat uit vijf secties met contrasterende dichtheid en energie. In plaats van lineair te evolueren, ontvouwt het zich als een klanklandschap dat vanuit verschillende perspectieven kan worden beluisterd. Het fungeert als scharnier tussen Hurtado’s vroegere en rijpere stijl – een klankdenken dat organisch is, maar uiterst precies geconstrueerd – en vormt het vertrekpunt voor de latere werken waarin zijn ruimtelijke, modulair opgebouwde muziektaal volledig tot ontplooiing komt.
Rond dit werk ontstond een reeks verwante composities. ‘In the Space of Time’ (2022) voor strijkinstrument (hier viool) en piano onderzoekt de interactie van twee akoestische stemmen in vloeiende lagen van beweging en gebaar, terwijl ‘Mutual Gravity’ (2023) voor altviool, slagwerk en geluidsopname live muziek en elektronica laat samensmelten tot een ruimtelijk spel van golvende energievelden.
De cyclus culmineert in het ruim veertig minuten durende ‘Star Trail’ (2023–24), een flexibele compositie voor minstens twee strijkinstrumenten, op het album uitgevoerd door vier LaMN-muzikanten, die samen twaalf partijen vertolken: drie violen, drie altviolen, drie celli en drie contrabassen. Elke uitvoering is uniek. Hurtado’s oeuvre ontvouwt zich hier als een continu veranderende klankruimte: een sculptuur van licht en geluid, opgebouwd uit verzadigde, massieve texturen die als klankblokken door de ruimte bewegen. In deze muzikale installatie zijn de musici door de zaal verspreid en kiest de luisteraar zijn eigen traject en perspectief.

Luis Tabuenca’s ‘Naturstudium III’ en José-Luis Hurtado’s ‘Star Trail’ temmen beide kosmische en materiële chaos tot poëtische klankarchitecturen. Ze stellen textuur boven melodie: resonantie wordt een spoor van het vergankelijke, ritme omvat chaos én stilte, en ruimte fungeert als componist. Beide albums structureren deze chaos tot ruimtelijke texturen waarin timbre en textuur domineren boven conventionele melodie of harmonie. Ze nodigen uit tot een actieve luisterhouding als verkenning van het ongrijpbare.
Muziek is hier geen platte golf van noten meer, maar een driedimensionale ervaring die omhult en verplaatst. Filosofen als Merleau-Ponty zagen ruimte al als iets lichamelijks en bewusts — precies wat deze albums doen, door klank als levende architectuur te laten ademen. De luisteraar wordt medespeler, opgenomen in golven van reflectie, stilte en resonantie.
Bronnen, info:
Luis Tabuenca, Les Percussions de Strasbourg – Naturstudium III (KAIROS)
José-Luis Hurtado, Laboratorio de Música Nueva – Star Trail (KAIROS)
