Duras

Duras
Hommage aan een romancière
![]()
Liefde en dood.
In het werk van de Franse schrijfster en filmmaakster Marguerite Duras zijn liefde en dood onverbrekelijk met elkaar verbonden. In La maladie de la mort (1983) noemt zij het onvermogen om te beminnen de ziekte van de dood. Regisseur Gerrit Timmers maakte vanuit deze tekst met de spelers Tom Jansen en Pauline Daniëls een fascinerende theatervoorstelling. Tegelijkertijd bracht de Schotse zanger en declamator Richard Jobson de langspeler Hommage à Duras uit.
C. Cornell Evers OOR 17 © 27 augustus 1988
whisper so lightly
DURAS

Death in the colony
in paddyfields
sick with rain
and hail
and thunder
an avalanche of misery
but love
L’Amant remember
and promise me change
(Richard Jobson: Avalanche)
Marguerite Duras. Haar eerste roman Les Impudents (De schaamtelozen) werd door zeven uitgeverijen afgewezen. Eenmaal uit, werd het boek nauwelijks opgemerkt en door de literatuurkritiek genegeerd. Het was 1943, drie jaar nadat de Franse verdedigingslinies waren bezweken onder dreunende Duitse laarzen. Vijfenveertig jaar later wordt de inmiddels vierenzeventigjarige schrijfster als een fenomeen beschouwd en is het in bepaalde kringen zelfs hoogst modieus om Duras in de kast te hebben staan.
“Nou is modieus niet erg, als het daar niet om ís,” meent acteur Tom Jansen. “En in het geval van Duras is het meegenomen dat ze hele mooie dingen schrijft.”
De schrijfster zelf is evenwel niet onverdeeld gelukkig met het feit dat haar werk zo in de mode is: “Velen houden het boek en komen er niet toe het te lezen, nemen niet de moeite er verder in te gaan.”
Dat haar werkelijke publiek veel kleiner is dan de verkoopcijfers van haar boeken doen vermoeden, is voor Duras een vaststaand feit, waar ze zegt terdege rekening mee te houden. “Je kan een kind nooit dwingen te lezen. Het kind dat gestraft wordt omdat het strips leest, zal misschien ophouden die te lezen, maar hij zal nooit op bevel op andere lectuur overgaan. Of hij wordt geïndoctrineerd, en het resultaat daarvan is het allerergst.”
“Een hele hoop mensen voelen zich denk ik aangetrokken door de atmosfeer die Duras creëert,” zegt Tom Jansen. “Een hele hoop feministen ook. Nu heb ik niets met feminisme, hoewel ik wel degelijk vind dat de vrouw in de afgelopen eeuwen wat onderdrukt is. Maar om een of andere reden heb ik wel wat met schrijfsters die zich bezighouden met de vrijmaking van de vrouw. Ik hou dus van Duras, net zoals ik een enorme liefhebber van Gertrude Stein ben.”
(De videoproductie Yes Is For A Very Young Man, gebaseerd op een tekst van Gertrude Stein, kreeg in de regie van Tom Jansen de tweede prijs op het Internationaal Theatre Tape Festival in 1986.)
Tom Jansen speelt samen met danseres Pauline Daniëls Duras’ La maladie de la mort, in de vertaling van Jeanne Buntinx en Agnès Vincenot: De ziekte van de dood.
Tom Jansen deed in 1968 eindexamen aan de Toneelschool in Maastricht. Sindsdien is hij werkzaam als acteur, regisseur en schrijver. Hij had als zodanig verbintenissen met toneelgroep Studio, Toneelraad Rotterdam, Theaterschool Amsterdam, Nieuw West, toneelgroep Centrum, Stichting Jansen, Dansproduktie (waarvan Pauline Daniëls medeoprichtster was) en tenslotte Nationaal Fonds, dat samen met Rotterdam ’88 tekent voor de productie van De ziekte van de dood.
Vanaf 1985 was Jansen tevens werkzaam als film- en tv-acteur. Hij was te zien in In de schaduw van de overwinning, Iris, Requiem en Terug naar Oegstgeest. Met regisseur Theo van Gogh werkt Jansen momenteel aan Showtime, waarin hij een in-en-in keurige advocaat speelt die door zijn liefde voor een meisje uit wat louche kringen in de goot belandt.
De ziekte van de dood. Een man vraagt een vrouw tegen betaling een aantal nachten met hem door te brengen. U zou haar niet moeten kennen, haar overal tegelijk gevonden hebben, in een hotel, op straat, in een trein, in een bar, in een boek, in een film, in uzelf, in u, in jou, volgens de grillen van je geslacht, dat, opgericht in de nacht, roept waarheen te gaan, waar zich te ontladen van de tranen waarvan het vol is…… Dan vraagt ze: Wat wilt u? U zegt dat u het wilt proberen, wilt wagen, wagen dat te leren kennen, daaraan te wennen, aan dat lichaam, aan die borsten, aan dat parfum, aan de schoonheid, aan het gevaar kinderen ter wereld te brengen dat dit lichaam in zich draagt…… misschien enige dagen, weken, misschien uw leven lang. Zij vraagt: Wat proberen? U zegt: Lief te hebben.
Op het toneel bevinden zich een man en een vrouw. Hij loopt veelvuldig om haar heen, terwijl hij uit een klein boekje de tekst leest. Soms loopt hij naar een kast. Hij haalt er lakens uit en spreidt die voor haar op de grond. Zij is meestal stil, zowel in woord als in de choreografie van haar beweging. Een enkele keer richt zij zich rechtstreeks tot hem: U gaat sterven aan de dood. Uw dood is al begonnen.
Als zij slaapt, vaak, huilt hij, om zijn onmacht, om wat zij noemt: de ziekte van de dood. Later, als het aantal nachten dat zij volgens contract samen doorbrengen het einde nadert, zegt zij: Huil niet, het is de moeite niet, geef die gewoonte om om uzelf te huilen op, het is de moeite niet.
In het werk van Duras beleven liefde en dood vaak een even zoet als smartelijk samenzijn. De pijn van het afscheid is evident aanwezig. Duras beschrijft emoties op een manier die bedwelmend is, ze maakt ze in haar taal tot een ritueel van herhalingen. De hoofdpersonen in haar werk zijn, gedreven door onvervulde verlangens, steeds op zoek, naar de ander om daarin de eigen ik bevestigd te vinden. Daarbij valt de herinnering aan wat was steeds weer met het heden samen, in personages als Anne-Marie Stretter en Aurélia Steiner, die steeds terugkeren als stukken in de complexe legpuzzel die uiteindelijk Duras’ eigen biografie vormt.
“Alle vrouwen zijn Aurélia Steiner,” zegt Duras, “net als zij ongetemd, onbedwingbaar, onderricht in het genot en in het verdriet. Een man verdraagt de pijn niet en zoekt er een uitweg voor in woede, in oorlogen, in het verstoten van vrouwen. Vrouwen,” zo zegt Duras, “hebben altijd alleen een uitweg gehad in stilzwijgen.” Het is dit zwijgen dat zij laat zien en horen.
Het waren in eerste instantie haar films waardoor Tom Jansen in het begin van de jaren zeventig gegrepen werd door de vertelwijze van Marguerite Duras. “Ik had nog nooit iets van Duras gelezen. Die eerste film die ik zag, die was gebaseerd op het boek Moderato cantabile, die vond ik zo fantastisch. Gérard Depardieu zat erin, Jeanne Moreau.
Het was een film die zonder de actie op te voeren ontzettend veel betekende. Jeanne Moreau was daarin zo mooi, zo stil. De compositie van de film was eenvoudig maar prachtig. Dat trof me. Er werden in die tijd heel veel experimentele films gemaakt waarin de leegte enorm de overhand had. Maar over het algemeen waren die vervelend. Bij Duras verveelde je je echter geen moment. Wat mij ook aansprak was dat de vrouwen in die film zo sterk waren, in vergelijking met de mannen. Die mannen waren geen klootzakken hoor, maar zoveel hulpelozer dan de vrouwen.”
De man die tot moorden in staat is, uit woede, omdat hij de pijn niet verdragen kan, en de man die zich durft te laten verscheuren. Vaak zijn beiden in één persoon verenigd. In het werk van Duras komen ze echter los van elkaar voor, om pas een eenheid te vormen in de erotische belevingswereld van de vrouw. “Dat spreekt mij ook zo aan, hè, bij Duras, de vrouwelijke erotiek,” zegt Tom Jansen. “Meestal is dat toch een afgeleide van de mannenerotiek, waarin de vrouw doorgaans een rol vervult. Bij Duras heeft de vrouw haar eigen erotiek. Die verschilt met die van de man. Eigenlijk staan ze tegenover elkaar. Daardoor is er niet sprake van een harmonieuze liefde maar van een liefde die strijd levert, niet altijd leuk maar meer in overeenstemming met de waarheid. Ik ga niet naar kunst kijken, lees geen boeken en maak geen theater om een soort harmoniemodel, om iets onterecht harmonieus te laten zijn. Natuurlijk ben je als mens altijd bezig met het verlangen naar geluk, het verlangen je droom te realiseren. Wat kunst echter interessant maakt is dat dat nooit helemaal lukt, dat je tot de ontdekking komt dat die paradijselijke situatie niet bereikt wordt en dat dat misschien maar goed is.”
Het leven als een voortdurende speurtocht naar de eigen invulling van het paradijs. “Steeds opnieuw proberen het te bereiken en telkens maar weer op het gebrek stuiten dat het onmogelijk maakt, dat beschrijven, dat is wat Duras doet. Daar voel ik mij sterk aan verwant, hoewel ik een man ben en de dingen vanuit een andere optiek benader. Ik geloof absoluut dat daar verschil in is, al kan ik me voorstellen dat je jezelf als man enorm herkent in de erotiek die Duras eigenlijk voor vrouwen gereserveerd heeft.”
De man in De ziekte van de dood is homoseksueel. “Alle mannen zijn potentiële homoseksuelen,” heeft Duras ooit gezegd. Volgens haar zouden mannen zich in een heteroseksuele relatie grof en autoritair gedragen, omdat ze zich daarin slecht op hun gemak voelen. Dat is natuurlijk een generalisatie die elke grond mist, terwijl ook de tekst van De ziekte van de dood deze opvatting nergens als zodanig onderstreept. Het is pas later, in 1986, in het boek Zwart haar, blauwe ogen, dat dit gegeven verder uitgewerkt is en vorm krijgt.
Tom Jansen over de uitspraak van Duras: “Ik vind het niet waar. Maar ik vind het als stelling mooi provocerend. En daarin vind ik het leuk. Iets extreems heeft altijd wel iets aardigs. Daarom hou ik ook van een schrijver als Céline, daarom ook van een schrijver als Flaubert, omdat die niet op zoek zijn naar het gemiddelde maar juist zoeken naar de uitersten van de waarheid. Mensen die voortdurend op zoek zijn naar een positieve benadering van het leven, dat vind ik het meest walgelijke wat er bestaat. Het houdt zo’n verhulling in. Alles positief te willen zien heeft te maken met te veel begrip voor het cliché. Ik vind dat je je absoluut met hand en tand tegen het cliché moet verzetten.”
Marguerite Duras werd in het oorlogsjaar 1914 in het toenmalige Franse Indochina geboren. Over haarzelf en haar broer zegt ze: “We waren kinderen van de jungle.”
Duras leefde achttien jaar in Indochina, waar ze het Lycée de Saigon bezocht, alvorens naar Parijs te vertrekken om daar rechten en politieke wetenschappen te studeren. Haar eerste ervaringen met het Europese leven deed ze op “als Vietnamese”, zoals ze zelf zegt. De cultuur van de blanken droeg voor de jonge Duras het karakter van de Franse koloniale maatschappij. Het is daaraan dat ze in haar boeken en films regelmatig refereert.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was zij actief in een verzetsorganisatie die geleid werd door de huidige president van Frankrijk, François Mitterrand (François Morland in De pijn). Na de oorlog werd Duras actief in de communistische partij, die haar echter een tiental jaren later royeerde. In politiek opzicht nam zij uitgesproken standpunten in, zowel in de destalinisatie als tijdens de Algerijnse oorlog.
Hoewel Duras al in 1942 debuteerde met Les Impudents, kreeg ze haar eerste bekendheid met de roman Un barrage contre le Pacifique. Met die roman werd ze in 1950 genomineerd voor de Prix Goncourt. Deze kreeg ze echter pas 34 jaar later voor L’Amant (De minnaar), een boek dat zich, evenals Un barrage in Indochina afspeelt. In 1959 schreef Duras op verzoek van regisseur Alain Resnais het scenario en de tekst van Hiroshima, mon amour. Deze film wordt nog altijd als een mijlpaal in de filmvernieuwing beschouwd, doordat in het bewustzijn heden en (oorlogs)verleden één in elkaar overlopend geheel vormen, zonder conventioneel gebruikte flashbacks. In 1966 maakte Duras haar eerste eigen lange film, La Musica. Sindsdien lopen haar boeken, toneelstukken en films op alle mogelijke manieren in elkaar over, onder andere door een veelvuldig gebruik van verschuivingen in de tijd.
“Duras in motion.” Richard Jobson, de voormalige zanger van groepen als The Skids en The Armoury Show, gaf al jaren geleden blijk van zijn bewondering voor Duras. Hij droeg zijn eerste poëzieplaat, The Ballad of Etiquette, aan haar op. Hij bracht daarop tevens zijn interpretatie van India Song, misschien wel Duras’ meest bekende eigen film, die als opvallend kenmerk heeft de discrepantie tussen het in beeld gebrachte verhaal en de door vier stemmen voorgelezen tekst.
Jobson is ook de initiatiefnemer achter de langspeler Hommage à Duras, die onlangs uitkwam bij het Belgische label Interior. Daarop laten hij en gelijkgestemde muzikanten als Blaine L. Reininger, Steven Brown, Winston Tong en Vini Reilly zich op sfeervolle wijze in tekst en muziek inspireren door het werk van Duras. “Door het herkennen van de wanhoop heeft zij de mogelijkheid van de liefde herontdekt,” meent Jobson.
Het is naar de wens van Duras dat Tom Jansen in De ziekte van de dood haar tekst leest. “Ik geloof nog steeds dat niets het voorlezen van een tekst kan vervangen, niets, geen enkel spel,” schreef Duras. “Lezen, het steeds opnieuw lezen, voorkomt dat de vorm van de tekst zich in je hoofd vastzet,” vindt Tom Jansen. “Het betekent namelijk dat je iedere keer opnieuw weer zoekt naar wat die zinnen nou te betekenen hebben. Het verschuift iedere keer weer, op het moment dat je leest. En natuurlijk wisten we dat we, door de voorstelling op deze manier te brengen, een bepaald risico liepen, dat het misschien allemaal te hermetisch was voor het publiek, zeker daar waar exact luisteren niet meer zo tot de cultuur behoort. Maar ik vind vertellen nog steeds een heel mooie vorm. Ik ben weliswaar altijd met een ander soort theater bezig geweest, altijd sterk op beweging en beeld geïnspireerd, maar ik ben er toch van blijven houden. Het is ook flauwekul, als je dit wilt doen, om daar zoveel andere dingen bij te slepen. Dit is dit gewoon. Zo wil ik ook heel graag Orgie van Pasolini doen. Dat is eveneens puur taal. Ik raak wel steeds meer geobsedeerd door stukken die zich voornamelijk in het hoofd afspelen. Ik wil af van het te veel uitleggen of te veel naar het realisme halen van de situatie die ik op het toneel zet. Dat ik daartoe kom, wil overigens niet zeggen dat ik denk dat dat alleen met taal kan. Alleen is het toevallig in dit stuk zo, en in het stuk van Pasolini. Orgie is gruwelijk. Het lijkt me vreselijk als je dat dus letterlijk op het toneel gaat zetten. Dan krijg je een soort pornofilm op het toneel, SM-porno.
“Ik heb niets tegen porno. Maar ik kom er iedere keer weer achter dat datgene wat porno zo vervelend maakt, het feit is dat het de botste invulling is van een gedachte, verbonden met geld en materialisme. Doordat er zich heel veel in het hoofd afspeelt, heeft erotiek een veel bredere adem en een veel grotere variëteit aan fantasie. Als je neuken op de keper beschouwt, is het toch eigenlijk een vrij platvloerse aangelegenheid. Wat het echter zo fantastisch maakt, is datgene wat zich bij beide mensen in het hoofd afspeelt, of dat nou samengaat of dat het egoïstische fantasieën zijn.”
In De ziekte van de dood is het niet zozeer de handeling als wel de tekst die enorm erotisch geladen is. Botsingen met de erotische belevingswereld van de acteur liggen voor de hand. “Het is een absolute wringer waarin je komt. Ik heb een tijdje gehad dat ik sterk vanuit de optiek van Duras aan het denken was. Dat leverde iets heel vreemds op. Dat betekende dat ik een bepaald oordeel over die man had. Dat was een vervelend gevoel, of ik me ondergeschikt maakte. Het heeft een tijdje geduurd voordat ik daar vanaf was en ik heel mijn macho-gedrag, wat een onderdeel van mezelf is, daar gewoon tegenaan durfde te zetten. Eerst denk je dat dat niet moet, maar later kom je tot de conclusie dat daardoor datgene wat er gebeurt alleen maar schrijnender wordt. En dat is wat we willen. Ik zit hier niet om mezelf te vertonen als: ja, ik ben eigenlijk ook een beetje als Duras. Dat is onzin. Ik hou van wat ze maakt, maar ik ben niet een beetje Duras.”
![]()
Voor sommige uitspraken van Duras, bron: Raster
![]()
Selectie door Duras zelf gemaakte films en op haar literaire werk gebaseerde rolprenten van anderen.
Hiroshima, mon amour, Alain Resnais, 1959
Duras kreeg negen weken om het scenario voor deze film te schrijven.
“Schrijf literatuur. Schrijf zoals je zou schrijven wanneer je aan een roman bezig bent. Maak je geen zorgen om de film, vergeet de camera.” Zo luidde de opdracht van Resnais. De samenwerking tussen deze twee mondde uit in een schitterende film: een liefdesgeschiedenis tussen een Japanse architect en een Franse actrice, met de Tweede Wereldoorlog als couleur locale.
Das Mal des Todes, Peter Handke, 1986
Das Mal des Todes is een film van Peter Handke uit het midden van de jaren tachtig, geïnspireerd door Marguerite Duras’ La maladie de la mort. In de film bezoekt een vrouw telkens opnieuw een rijke man in zijn luxe, enigszins anonieme appartement, waar tussen hen een filosofisch, theologisch en erotisch geladen verhaal ontstaat
Baxter – Vera Baxter, Marguerite Duras, 1977
Vera is een rijke lijdzame vrouw die door haar echtgenoot in de steek werd gelaten, nadat hij haar eerst aan haar minnaar had verkocht. Duras breekt uit het geblokkeerde systeem waarvan de hoofdpersoon deel uitmaakt. Ze ontsnapt door het inlassen van shots van de zee, het strand, de golven en naaktposes van Vera Baxter. Een film die hypnotiserend werkt door zijn traagheid, met in een van de rollen Gérard Depardieu.
Aurélia Steiner – Melbourne, Aurélia Steiner – Vancouver, Marguerite Duras, 1979
Duras verbindt haar stijlvolle, zeer eigenzinnige beelden met teksten van Aurélia Steiner, een Joodse vrouw. Haar moeder overleed vlak na de geboorte van Aurélia op de appelplaats van een concentratiekamp.
India Song, Marguerite Duras, 1975
Een party op de Franse ambassade in Calcutta in 1937. Middelpunt van het feestje is Anne-Marie Stretter. Er is een opvallende discrepantie tussen het beeld en de geluidsband met daarop vier stemmen die de tekst voorlezen.
Agatha, ou les lectures illimitées, Marguerite Duras, 1981
Een geschiedenis over vakanties, het vrouwelijke lichaam en incest tussen broer en zus. Gefilmd in spaarzame beelden, in een rustig tempo van beeldwisselingen en in zachte kleuren.
Savannah Bay, c’est toi, Michelle Porte, 1983
Een documentaire over het gelijknamige toneelstuk van Duras. Het stuk handelt over een grootmoeder en haar kleindochter. Indirect gaat het over de ontbrekende vrouw, die de dochter van de een en de moeder van de ander is. Na de geboorte van de kleindochter pleegde zij zelfmoord.
Les Enfants, Marguerite Duras, 1985
Duras-adepten voelden zich door deze film verraden. Les Enfants is een gewoon verhaal, moralistisch en zonder de experimenten die Duras vroeger tekst en beeld deden scheiden.
![]()
