| Muziek in de Sleutel van het Leven, naar het gelijknamige legendarische album van Stevie Wonder uit 1976 |
![]()
Naarmate de chronologie van de mensheid nieuwe hoofdstukken schrijft, opent zich een steeds wijder en rijker panorama van klanken. Ruimte en tijd verliezen hun grenzen, waardoor eeuwenoude melodieën en moderne ritmes elkaar moeiteloos ontmoeten.
En toen was er Jan Garbarek, Noors saxofonist en improvisator, blazer van grensoverschrijdende wereldmelodieën, en met hem het Hilliard Ensemble en het idee om twee werelden te verbinden. In het najaar van 1993 smolten in het klooster Propstei St. Gerold in Vorarlberg, Oostenrijk, de echo’s van het verleden – met liederen van Christóbal de Morales, Pierre de la Rue, Magister Pérotinus, Guillaume Dufay en anderen – samen met de welluidende en transparante klanken die op de adem van het heden uit Garbareks saxofoon omhoog spiraalden.
Het resultaat, vastgelegd op een cd die de titel ‘Officium’ meekreeg, overtrof alle verwachtingen. De combinatie van stemmen en saxofoon, tot dan toe ongekend, bleek een bijzonder krachtige en expressieve muzikale waarheid op te leveren, waarin de saxofoon niet alleen een verlengstuk was geworden van de vocalen, maar ook zelf een zangstem werd.
“Hear the year’s strangest hit”, kopte het Britse tijdschrift Classic CD, dat daaraan toevoegde: “BIZARRE – but it works!”. Het reizen in de tijd was succesvol gebleken en haalde zelfs de Amerikaanse nieuwszender CNN.
Het hoofdthema van ‘Officium’ is ‘Parce mihi Domine’ van de Spaanse renaissancecomponist Cristóbal de Morales (ca. 1500–1553), waarop Jan Garbarek vrij improviseert met sopraansaxofoon. De tekst is een Latijnse smeekbede uit het Bijbelboek Job, waarin een kwetsbare, sterfelijke mens God vraagt om ontferming, vergeving en verlichting van zijn last.
![]()
