Hij had het al aangekondigd: na ‘Music for 18 Musicians’ en ‘Canto Ostinato’ kwam er nog een derde soloalbum, gemaakt volgens dezelfde principes: ‘Solo Three’.
In 2019 begon de Amerikaanse muzikant en producer Erik Hall aan ‘Music for 18 Musicians’ van Steve Reich, waarvan het album in 2020 verscheen. Er is lef voor nodig om zo’n legendarisch werk nieuw vorm te geven, maar Hall voegde een vernieuwende dimensie toe aan het minimalistische meesterwerk uit 1976.
Erik Hall woont in Galien (Michigan), maakte platen en toerde internationaal met In Tall Buildings, NOMO, Wild Belle en His Name Is Alive. Hij componeerde en produceerde de filmscore voor ‘The Night Clerk’ (2020) en werkte mee aan de muziek voor ‘The Mountain’ (2018). Onder de naam In Tall Buildings bracht hij drie albums uit.
Hij was zeker niet de eerste die zich over ‘Music for 18 Musicians’ ontfermde, maar wel de eerste die het stuk volledig solo uitvoerde en opnam. Het resultaat is een 54 minuten durende, pulserende cantus van instrumentale lichtstromen: kleurrijk, hypnotiserend en vol muzikale gelaagdheid. Hij nam alle partijen zelf op in zijn thuisstudio, met de instrumenten die hij tot zijn beschikking had. Zo werd een xylofoon een geprepareerde piano, een viool een elektrische gitaar – en zo werd muziek voor achttien musici muziek door één.

Zijn drijfveer is de liefde voor de muziek zelf. Die bracht hem vervolgens bij ‘Canto Ostinato’ van de Nederlandse componist Simeon ten Holt. Hoewel dit werk vaak wordt uitgevoerd, is het minder bekend dan ‘Music for 18 Musicians’, maar kenners beschouwen het als minstens zo iconisch. Ten Holt componeerde ‘Canto Ostinato’ tussen 1973 en 1979 voor piano. Het herhaalde motief (ostinato) bestaat uit een beperkt aantal noten, waarvan de uitvoerders de duur, dynamiek en accenten zelf bepalen. In de partituur roept Ten Holt musici op te communiceren, te luisteren en te evalueren, zodat klanken en kleuren versmelten tot één muzikaal universum.
Hall besloot voor ‘Canto Ostinato’ hetzelfde creatieve proces te volgen als bij Reich. In het najaar van 2023 presenteerde hij zijn versie ‘voor zeven spelers’: één laag Hammond M-101-orgel (1962), vier lagen Steinway-vleugel (1910) en twee lagen Fender Rhodes Mark I (1978). Erik Halls ‘Canto Ostinato’ duurt iets meer dan een uur en groeit, uit het pure plezier van het spelen, tot een elegant meanderende reis waarin de muziek boven zichzelf uitstijgt.

Hoewel hij ook in rockbands actief is, voelt Erik Hall zich sterk aangetrokken tot muziek die gebaseerd is op herhaling, harmonische rijkdom en tonale helderheid. Met ‘Solo Three’ bevestigt hij zijn eigen, organisch vloeiende universum, binnen de vaak als minimalistisch bestempelde muziek, waarin hij speelt met clair-obscur-effecten – scherpe contrasten tussen heldere hoge en donkere lage klanklagen.
In tegenstelling tot de eerste twee soloalbums bevat deze derde meerdere composities – vier in totaal, van evenzoveel visionaire componisten: Glenn Branca, Charlemagne Palestine, Laurie Spiegel en een terugkeer naar Steve Reich.
‘Solo Three’ opent met ‘The Temple of Venus Pt. 1′ uit 1990 van Glenn Branca, een van de meer toegankelijke werken van deze decibellengeweldenaar. Branca is in Nederland vooral bekend om zijn sonische uitbarstingen begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Hier en daar klinkt de kritiek dat Hall met zijn uitvoering voorbij zou gaan aan de punch die Branca’s werk doorgaans kenmerkt – alsof snelheid en volume het alleenrecht hebben op maximalisme.
Ik heb het al eerder geschreven en herhaal het hier: volume is niet per se nodig om de luisteraar van de stoel te blazen. Juist het terugschroeven ervan kan nuances blootleggen die anders verloren gaan in het decibellengeweld. Vraag het maar aan een audicien. Halls uitvoering van ‘The Temple of Venus Pt. 1’ ontvouwt zich in stuwend-golvende orgel- en geprepareerde pianoklanken, in een doorlopende, zich ontwikkelende beweging die de luisteraar meeneemt – of beter: vervoert – door intieme, bijna solistische arrangementen, met punch ook hier. Hij creëert daarmee een persoonlijke hervertelling binnen de gevestigde conventies van het minimalisme.
Hervertellen is precies wat Erik Hall doet. Hij sluit hiermee aan bij een groeiende tendens waarin hedendaagse componisten de minimalistische erfenis herinterpreteren via persoonlijke, eigentijdse productiewijzen. Zijn werk vormt zo een brug tussen het klassieke minimalistische repertoire en de moderne luisterervaring. Zoals Steve Reich Hall eerder complimenteerde met zijn versie van ‘Music for 18 Musicians’: omdat hij het stuk “opnieuw had uitgevonden”.
Halls bewerking van Charlemagne Palestines ‘Strumming Music’ (1974) ontrafelt Palestines oorspronkelijke, weelderige en grillig meanderende akkoorden tot verfijnd gesponnen, pulserende texturen van omfloerste piano en gitaar. En ja, dat levert een andere luisterervaring op, maar muziek – net als theater, opera en andere podiumkunsten – is altijd onderhevig geweest aan de visie en hervertelling van de uitvoerenden. De uitvoering is niet heilig, vonden en vinden ook componisten als Simeon ten Holt en Steve Reich.
Vanuit dat uitgangspunt krijgt Laurie Spiegels ‘A Folk Study’ (1975) een nieuwe gedaante. Waar haar oorspronkelijke versie – geprogrammeerd op vroege synthesizers – de systematische kant van minimalisme benadrukt, kiest Hall voor een meer menselijke benadering: lagen van piano, orgel, elektrische piano en gitaar weven een akoestische deken van warmte over het algoritmische geraamte. Zo verandert niet de kern, maar de huid van het stuk – en juist daarin schuilt zijn kracht.

Erik Hall begon zijn solotrilogie met Steve Reich, een pionier van de minimal music – een typering die Reich zelf afwijst – en sluit die af met Reichs ‘Music for a Large Ensemble’ (1978), al jarenlang een favoriet. In zijn soloversie ontvouwt zich een levendige en veelkleurige stroom van zestien minuten aan overlappende melodieën en uitbundige ritmes. Daar, thuis in Michigan, vertaalde Erik Hall Reichs groot-ensemblestuk naar een kristalhelder samenspel van piano, orgel, Rhodes, synths, gitaar en bas, waarbij hij elk onderdeel zelf uitvoerde – zonder loops, programmering of sequencers.
Vier stukken van vier verschillende componisten lopen natuurlijk en elegant in elkaar over, zonder daarbij hun individuele eigenheid of karakter te verliezen. Het resultaat is een rijk en veelzijdig eerbetoon, ontstaan vanuit een houding die zowel explorerend van toon als respectvol is – tegenover de componisten, de ontstaansgeschiedenis van het Amerikaanse minimalisme en, niet in de laatste plaats, tegenover de luisteraar. Door zijn ademende, warm-menselijke benadering weet Hall direct te raken. Een indrukwekkend slotakkoord.
Nawoord:

Erik Halls alom geprezen soloversie van Simeon ten Holts ‘Canto Ostinato’ uit 2023 leidde tot een intensieve samenwerking met Metropolis Ensemble en Sandbox Percussion uit New York, waarmee hij zijn naam vestigde als een vernieuwende stem op het snijvlak van klassiek en hedendaags. Op 3 april 2026 verschijnt bij Western Vinyl een nieuwe grootschalige bewerking van ‘Canto Ostinato’ door Erik Hall, Metropolis Ensemble en Sandbox Percussion: een orkestraal-minimalistische versie voor piano, uitgebreid melodisch slagwerk, een strijkersgroep van circa achttien musici en houtblazers. De herkenbare secties van Ten Holts meesterwerk blijven intact, maar worden filmisch gelaagd georkestreerd, met pulserende patronen in slagwerk en strijkers en lange lijnen in de blazers. Het project bouwt voort op Halls eerder geprezen soloversie en werd in 2025 in New York opgenomen, met een sterk productieteam rond Hall en dirigent/artistiek leider Andrew Cyr.
