In De Hof Van Eden

Mark Hollis

In De Hof Van Eden

De tijd van hits als It’s My Life, Such A Shame en Dum Dum Girl lijkt voor TALK TALK voorbij. Twee jaar na het sfeervolle The Colour Of Spring is er een nieuwe langspeler van MARK HOLLIS en de zijnen. Spirit Of Eden staat voor zowel de opbouwende als de vernietigende krachten die het leven in deze wereld bepalen.

door C. Cornell Evers OOR 24 september 1988

‘In wat voor wereld leef jij, Mark?’

‘Jeetje, dat is me nogal een vraag.’

Hij is toch al geen radde prater maar nu is Mark Hollis helemaal met stomheid geslagen. Een volle minuut gaat voorbij. Achter hem klinkt het geklater van een fontein. Tientallen flamingo’s doen luid snaterend kun beklag over het druilerige weer dat zo kenmerkend is voor Nederland en waar ook het tropische deel van de bevolking van dierenpark Artis tegen heug en meug mee moet leven. De zonnebril die zich vroeger te allen tijde tussen Mark Hollis en de buitenwereld bevond is thuisgelaten en ook de hippe paardenstaart heeft het loodje gelegd, ten faveure van een kortgeknipt bloempotkapsel. Verlegen en met zijn smalle schouders afhangend is Mark Hollis alles wat een beetje popster niet is. Hij is waarlijk de verpersoonlijking van de anti-popheld, Living In Another World, zoals hij zelf twee jaar geleden op The Colour Of Spring zong. De vraag is alleen: Welke wereld? ‘Wel eh…’ Het is weer stil… ‘Geestelijk, bedoel je?’ Geklater en gesnater. Een klein regiment mussen fladdert neer op het tafeltje tussen ons. De kleine balletjes zijn goed doorvoed. Dat weerhoudt ze echter niet om brutaal de aanval op mijn ontbijt in te zetten. Mark drinkt cola.

‘Dat is een behoorlijk moeilijke vraag, weet je? Geef me drie maanden, drie maanden en dan stuur ik je een antwoord.’

‘Summer bled of Eden
Easter’s heir uncrowns
Another destiny leeched upon the ground’

Mark Hollis haast zich zelden. Alleen met zingen was hij er snel bij. Tien was hij en vijf jaar later ‘ongeneeslijk verslaafd’. Onder invloed van zijn oudere broer Eddie (van Eddie And The Hot Rods) raakte Mark vertrouwd met het werk van vele vroegere soul- en blueszangers. Daarbij was Otis Redding zijn absolute favoriet. Maar ook klassieke componisten als Debussy, Satie en Beethoven hadden zijn interesse, evenals vele van de Britse groepen die aan het einde van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig populair waren, zoals Traffic, Pink Floyd en King Crimson. Toen het vorige decennium tijdens de laatste stuiptrekkingen nog even de punkexplosie voortbracht veranderde ook Mark van een passieve in een actieve muziekliefhebber. Het uiteindelijke resultaat daarvan was in april 1988 de geboorte van Talk Talk.

Naast Hollis, die behalve de zang tevens de meeste gitaarpartijen voor zijn rekening neemt, maken bassist Paul Webb en drummer Lee Harris deel uit van de groep, evenals producer en mede-componist Tim Friese-Greene. Deze laatste wordt weliswaar nooit als bandlid opgevoerd, maar een Talk Talk-product waar hij niet op een of andere wijze enorm zijn stempel op heeft gedrukt is tot op heden nog niet gemaakt.

De groep debuteerde in 1982 met de elpee The Party’s Over en werd naar aanleiding daarvan, zeer tegen de zin van Mark Hollis, ingedeeld in de categorie modieuze synthesizerpop. ‘Niet serieus te nemen dus.’ Maar Talk Talk sloeg terug. Bij de opnamen in 1984 van de opvolger It’s My Life werden de synthesizers voor een flink deel vervangen door akoestische instrumenten. It’s My Life leverde drie hitsingles op, behalve de titelsong ook nog Such A Shame en Dum Dum Girl. Via uitgebreide concerttournees brak de groep datzelfde jaar door naar het grote publiek. Daarna werd het echter stil rond Talk Talk. Hollis, Webb, Harris en Friese-Greene bivakkeerden ruim een jaar in de studio.

Het voorjaar van 1986 zag de release van het sfeervolle werkstuk The Colour Of Spring. De muziek hierop wordt grotendeels bepaald door de akoestische piano als spil waar alles om draait, afwisselend bespeeld door Hollis en Tim Friese-Greene. The Colour Of Spring is een muzikaal kleinood, vol breekbare emotie en melancholieke sfeerbeelden die verpakt zijn in acht juweeltjes van compositie- en arrangeerkunst. Daaronder de hitsingles Life’s What You Make It en Living in Another World.

‘The world’s turn upside down
Jimmy Finn is out
Well how can that be fair at all’

Met Spirit Of Eden gaat Talk Talk weer een stapje verder. De popinvloeden zijn bijna in hun totaliteit verdwenen. Spirit Of Eden valt op door arrangementen die in hun ruimtelijkheid refereren aan het werk van jazzcomponist Gil Evans, uit de tijd dat deze intensief samenwerkte met trompettist Miles Davis. Maar ook de klassieke impressionisten klinken door op Spirit Of Eden, de werken van Debussy, Satie, Massenet en Fauré, in klankbeelden die meestentijds een sfeer van romantiek en zachte pastelkleuren ademen. Het verschil met de heftigheid van de punk, de beweging die Mark Hollis zijn eerste stappen op het muzikale pad deed zetten, is groot, een kloof, gapend en onoverbrugbaar, zo lijkt het. Echter niet voor Mark: ‘Voor mij straalt Spirit Of Eden nog steeds dezelfde mentaliteit uit als de punk vroeger. Voor mij had punk niet zozeer te maken met de soort van muziek die er werd gemaakt maar meer met een bepaalde houding, de overtuiging dat de basis van het muziek maken het plezier erin is. Daarbij doet de techniek niet terzake. Het is het enthousiasme dat voor alles gaat. Vanuit die houding is Spirit Of Eden gemaakt.’

Veertien maanden is er in de studio aan Spirit Of Eden gesleuteld en toch slaagde Hollis erin de begeestering van het begin al die tijd vast te houden. ‘We werken aan iets dat steeds in beweging was. Al die veertien maanden waren we constant op zoek naar bepaalde structuren. Daar krijg je nooit genoeg van. Je wordt pas depressief als je de zaak gaat afmixen. Dat is een frustrerend moment. Je geeft het geheel dan een bepaalde vorm waar later niets meer aan te veranderen valt. Maar ik ben tevreden over hoe Spirit Of Eden nu is. Er zit niets in waarvan ik het gevoel heb dat het er eigenlijk niet thuishoort. Het is absoluut een album geworden waarvoor we totaal geen compromissen hebben hoeven sluiten.’

Ondanks de lange studiotijd is Spirit Of Eden géén overgeproduceerd werkstuk geworden. Een groot deel van het materiaal is zelfs door improvisatie tot stand gekomen. Daarbij speelden digitale opnametechnieken een belangrijke rol. ‘Met dat soort apparatuur is het heel gemakkelijk om overbodige stukken uit de muziek te halen zonder dat dit ten koste gaat van de geluidskwaliteit. Een van de dingen die me enorm aanspreekt in de muziek die aan het einde van de jaren zestig werd gemaakt is de vrijheid in de manier waarop er gespeeld werd. Een van de eerste dingen die ik ooit in de studio heb geleerd was dat een spontaan opgenomen demo altijd beter klinkt dan die track die steeds maar weer opnieuw wordt ingespeeld. Bij de demo is het het nieuwe dat het ding waarde geeft. Op het moment dat je op een bepaald stuk gaat zitten studeren verliest het die waarde. Voor Spirit Of Eden hebben wij van een hele hoop mensen gebruik gemaakt. Die hadden de absolute vrijheid om te spelen wat ze wilden. Daar namen we dan een bepaald gedeelte van, soms zelfs maar een paar seconden, en pasten dat in bepaalde tracks in. Alles heeft op die manier zijn definitieve vorm gekregen vanuit een basis van improvisatie.’

‘Create upon my flesh
Create a home within my head
Take my freedom for giving me a sacred love’

De teksten van Hollis vallen op door hun compactheid. Toch kostte het de zanger maar liefst drie maanden om ze uit te broeden en op papier te zetten. ‘De reden waarom ik zoveel tijd voor de teksten nodig had wás juist hun compactheid. Het is zoveel moeilijker om iets in tien woorden te zeggen dan wanneer je duizend woorden tot je beschikking hebt. In die teksten zitten drie maanden van mijn leven. Ze zeggen veel meer over mij dan welk interview dan ook. Ze zijn het resultaat van mijn observaties en representeren de waarden waarin ik geloof, op het humanitaire vlak.’

‘Take my freedom,’ heet het in Wealth, waarmee Hollis’ klagende stem op emotionele wijze Spirit Of Eden afsluit. ‘Vrijheid betekent voor mij dat je geen enkel compromis hoeft te sluiten, bij alles wat je doet. In een volledig vrije maatschappij zou ieder de keuze hebben zijn eigen weg te kiezen, niet gedreven door arrogantie en egoïsme maar met respect en mededogen voor de mensen om hem heen.’

‘Tell me how I fear it
I buy prejudice for my health
Is it worth so much when you taste it
Enough there ain’t enough hidden hurt
A time to sell yourself
A time for passing’

Drugs. In hun pogingen om te ontsnappen grijpen mensen naar steeds weer andere roesmiddelen. ‘I’ve seen heroin for myself, on the street so young laying wasted,’ zingt Hollis in het aangrijpende I Believe In You, dat inmiddels ook op single is uitgebracht. ‘Ik heb de ellende gezien die heroïne kan veroorzaken. Ik heb zoveel mensen gekend die dachten dat het spul nooit vat op ze zou krijgen en die uiteindelijk met een totaal geruïneerd leven zaten. Ik heb gezien wat het kost om ervan af te komen. Ik vind het een afschuwelijk iets.’

Hij kijkt lang voor zich uit als ik hem vraag wat Eden voor hem is. Dan: ‘Ik weet het niet. Ik vind het gemakkelijker om te zeggen wat Spirit Of Eden voor mij betekent. Spirit Of Eden gaat over opbouw en vernietiging, facetten van het leven die gelijktijdig plaatsvinden. Spirit Of Eden is alles wat ons omgeeft, zowel datgene waarvoor wij respect hebben als datgene wat we verfoeien.’

‘Als je zolang in de studio verblijft als jij doet, Mark, weet je dan nog wel wat er buiten in de wereld, in het leven gebeurt?’

‘Nee!’

Later, als we op weg naar de uitgang van het dierenpark de onderkomens van enkele bewoners passeren blijft Mark Hollis plotseling achter. Hij staart verrukt naar twee exemplaren van het hoogste dier dat deze aarde kent: de giraf. ‘Prachtig, hè? Dat zoiets kan bestaan!’

Mark Hollis houdt van het leven, van alles wat kruipt, zwemt, loopt en vliegt. In de periode waarin hij aan Spirit Of Eden werkte werd hij vader van een zoon: Freddie.

‘Iedere keer als ik een plaat opneem gebeurt er iets belangrijks in mijn leven. Tijdens de opnamen voor The Colour Of Spring ben ik getrouwd. Misschien word ik de volgend keer wel grootvader.’