Tot begin twintigste eeuw was de naam van Antonio Vivaldi (1678-1741) nauwelijks bekend. Zijn composities werden door de populaire violist Fritz Kreisler (1875-1962) weliswaar gebruikt als creatief voorbeeld voor diens Weense salonmuziek, maar dat was het wel zo’n beetje. Ja, Stravinsky noemde hem, maar niet echt vleiend. De Russische componist betitelde de muziek van de ‘rode priester’ (Vivaldi was een tijdlang priester en had rood haar) uit het Italiaanse Venetië: “Hetzelfde concert, en dan vierhonderd keer.”
De belangstelling voor Vivaldi nam toe na een historisch concert in 1939 in Siena, waar de Italianen onder het fascistische regime van Mussolini het “glorieuze verleden” nieuw leven trachtten in te blazen.
In het begin van de jaren veertig verscheen dan in de Verenigde Staten een eerste opname van ‘Le Quattro Stagioni’ (‘The Four Seasons’) onder leiding van violist en dirigent Louis Kaufman, die ook concertmeester was bij de registratie van de muziek voor de film ‘Gone with the Wind’. De opnames vielen op door hun expressiviteit en technische vaardigheid.
In 1950 werd ‘Le Quattro Stagioni’ opnieuw uitgegeven door de Italiaanse uitgeverij Ricordi. Sindsdien zijn de vier concerten, samen Vivaldi’s muzikale ‘lente-zomer-herfst-winter’ plaatjesboek in 1723 voltooid, uitgegroeid tot Vivaldi’s bekendste compositie, en een van de populairste werken in de klassieke muziek. Het is muziek met een grote beeldende kracht en biedt alle mogelijkheden voor een violist om een ware bravoure-rol te spelen.
Dit is ook weer te horen op de opname van het Franse Orchestre Le Consort onder leiding van de violist en dirigent Théotime Langlois de Swarte. Geboren in 1995, staat de jonge musicus bekend om zijn passie en heeft hij naam gemaakt met een repertoire dat varieert van de 17e eeuw tot hedendaagse muziek.
Zijn album ‘Vivaldi, Leclair & Locatelli: Violin Concertos’ met Ensemble Les Ombres won in 2022 een Diapason d’Or.
Er zijn inmiddels honderden opnamen van ‘Le Quattro Stagioni’ op de markt, en velen van deze versies verschillen nauwelijks in kwaliteit. De Britse violist Nigel Kennedy bereikte ooit hoge posities in de hitlijsten, maar voegde, behalve de onorthodoxe ‘punk’-verpakking, niet veel toe. Een oude opname uit 1977 van Alice Harnoncourt met Concentus Musicus Wien, onder leiding van Nikolaus Harnoncourt, blijft echter de moeite waard. Deze opname kenmerkt zich door een dynamisch kleurgebruik en een vol en onstuimig karakter.
De musici van Il Giardino Armonico hanteren een vergelijkbare hartstochtelijke aanpak en instrumentale expressie, maar voegen daar een onderhuidse spanning aan toe die voortdurend borrelt en broeit. Andere uitvoerenden kiezen meer voor detail en combineren dit met een poëtische invulling die aansluit bij de majestueuze grootsheid en rijke afwisseling van de natuurbeelden die in ‘Le Quattro Stagioni’ voorbijtrekken. Kortom, de keuze is overweldigend.
Toch bieden Orchestre Le Consort en Théotime Langlois de Swarte iets extra’s, te weten én meer Vivaldi én meer barok.
Natuurlijk staat de titel ‘Le Quattro Stagioni’ groot op de cover van het album. De uitvoering is van grote klasse. Met name in het tweede concert, ‘L’estate’ (‘De Zomer’), brengen de musici inlevend de zomerse hitte en loomheid tot klinken: ‘zoemende insecten’, ‘dreigend onweer’ en een slotdeel waarin regen en storm de aarde ‘letterlijk ranselen’ met krachtige muzikale contrasten. De viool accelereert virtuoos en klimt gezwind naar steeds grotere hoogten, waar zich vervolgens een excellente en gedreven apotheose voltrekt.
Orchestre Le Consort en Théotime Langlois de Swarte schitteren ontegenzeglijk in ‘Le Quattro Stagioni’. Dit is de kers op de taart, maar er is ook een prachtig vormgegeven en gepresenteerde taart zelf, verdeeld over twee CD’s. Al voordat de opgeruimde lenteklanken van ‘La Primavera’ (‘De Lente’) zich aandienen, klinkt het korte (1 minuut en 21 seconden) maar expressieve ‘Preludio’ uit de ‘Cadenza’ van het ‘Vioolconcert in E majeur, RV 268′. Dit stuk fungeert als inleiding voor een verkenning van Vivaldi’s bredere repertoire, die verder kijkt dan het alom bekende ‘Le Quattro Stagioni’, en waarbij technische virtuositeit wordt gecombineerd met emotionele diepgang.
Aan het einde van CD1 vloeien de laatste krachtige erupties van ‘L’inverno’ (‘De Winter’) over in de openingsaria van het religieuze motet ‘Nulla in mundo pax sincera, RV 630’ uit 1735, hier prachtig uitgevoerd door de Franse coloratuursopraan Julie Roset. De titel betekent zoveel als ‘Nergens in de wereld is er oprechte vrede’. Vivaldi reflecteert hier op de gebroken wereld en verwijst naar de christelijke opvatting dat ware, volmaakte vrede alleen bij God te vinden is.
CD2 opent met Vivaldi’s ‘Vioolconcert in E majeur, RV 264’, gevolgd door zijn ‘Concerto for Strings and Solo Violin in G mineur, RV 155’ en, onderbroken door Gregorio Lambranzi’s ‘Dances’, ‘Vioolconcerto in F majeur, RV 292′. De musici interpreteren de iconische vioolconcerten met grote vitaliteit en de emotionele intensiteit en expressieve kracht die Vivaldi’s muziek eeuwen na de geboorte ervan nog relevant doen klinken.
Orchestre Le Consort en Théotime Langlois de Swarte verkennen niet alleen Vivaldi’s werk, maar plaatsen zijn muziek ook in een bredere muzikale context, met onder meer levendige interpretaties en wereldpremière-opnames van dansen van de eveneens Venetiaan Gregorio Lambranzi.
Deze was als dansmeester en choreograaf actief rond de eeuwwisseling van de 17e naar de 18e eeuw. Zijn meest bekende werk is ‘Neue und Curieuse Theatralische Tantz-Schul’ (1716), een verzameling illustraties en beschrijvingen van theatrale dansen. Sommige van deze dansen, zoals ‘Bourrée’, zijn later aangepast en gearrangeerd voor kleine ensembles zoals duo’s of trio’s met barokinstrumenten, zoals hier. De dansen kenmerken zich door een stevige dosis theatraliteit en humor, en weerspiegelen de destijds levendige toneelcultuur van de barokperiode.
Het programma eindigt met een korte (1 minuut en 37 seconden) verrassing van Giorgo Gentili (ca. 1669-ca. 1730), ook uit Venetië. Het ‘Adagio’ uit diens ‘Trio Sonate in A majeur, Op. 1 No. 1’, is met al zijn lyriek en expressiviteit de perfecte afsluiter voor dit bijzondere en geslaagde muzikale eerbetoon.
Théotime Langlois de Swarte, Orchestre Le Consort
Antonio Vivaldi: Le Quattro Stagioni e.a.
Harmonia Mundi
Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Zo help je CCRyder doorgaan.
Met iDEAL kun je via de beveiligde omgeving van je eigen bank CCRyder waarderen.
“Eyes on the road and hands upon the wheel”