Orgel Stephansdom, Wenen (© Westlightart Photography)
Binnentreden in de geluids- en ervaringsruimte Tönendes Licht van de Oostenrijkse componist Klaus Lang roept opmerkelijke associaties op met het dubbelalbum Chimet van het Britse samenwerkingsverband Mining.
Dit laatste project, geïnspireerd door orkaan Ophelia en storm Brian die in oktober 2017 Groot-Brittannië teisterden, vertoont in opbouw en lineaire ontwikkeling duidelijke overeenkomsten met de manier waarop Klaus Lang in ‘Tönendes Licht’ de Stephansdom in Wenen presenteert.
Het paar Ophelia en Brian liet in oktober 2017 in Groot-Brittannië onmiskenbaar een spoor van vernieling achter. Het fascinerende en meeslepende ‘Chimet’ van Mining geeft echter ook de majestueuze kracht en grootheid weer van een natuur die ons respect verdient.
Klaus Lang introduceert in ‘Tönendes Licht’ de Stephansdom als “resonerend lichaam, gevormd door de architectonische principes van hiërarchie en verhouding”. ‘Tönendes Licht’ creëert een interactie tussen de fysieke structuur van de gotische kathedraal en de tijdelijke aanwezigheid van de muziek, en verwijst zo naar het middeleeuwse idee dat licht en geluid de weg omhoog naar het goddelijke vormen.
In het oog van de storm
Beginnen we met Mining. Het initiatief voor ‘Chimet’ kwam van de Britse pianist Matthew Bourne, hier op piano, cello en Lintronics Advanced Memorymoog (LAMM) synthesizer. Mining bestaat verder uit Craig Kirkpatrick-Whitby, verantwoordelijk voor het projectconcept, artistieke richting, data-sourcing, analytics en programmering, en PJ Davy, die zich bezighield met geluidsontwerp en programmering.
De drie werkten gezamenlijk aan ‘Chimet’. De titel verwijst naar een samenwerkingsverband van verschillende organisaties in Zuid-Engeland dat meteorologische informatie verzamelt en deelt met een focus op het meten van wind en weer in de Solent, de zeestraat tussen Zuid-Engeland en Isle Of Wight. Het weerstation daar, Chichester West Pole Beacon, onderdeel van Chimet, speelt een belangrijke rol bij het verstrekken van recente en nauwkeurige weergegevens aan onder meer maritieme- en luchtverkeersleiders.
Gesitueerd op ongeveer één mijl van de toegang tot Chichester Harbour, registreert de instrumentatie zowel in real-time als historisch gegevens als lucht- en watertemperatuur, barometrische druk, windsnelheid en -richting, waterdiepte, golfhoogte, -periode en -frequentie, en het tijdstip van de dag.
In oktober 2017 teisterden orkaan Ophelia en storm Brian Groot-Brittannië, met windsnelheden die soms meer dan 100km/u bereikten. Vooral de kustgebieden hadden het zwaar te verduren. Te midden van deze turbulente omstandigheden kwam ‘Chimet’ van Mining tot stand. De ontwikkeling van beide stormen werd gedurende een week geregistreerd met behulp van het genoemde weerstation in de Solent.
Mining zette vervolgens de gegevens van deze stormen om naar muzikale waarden en parameters, zoals harmonisch bereik, toonhoogte, dichtheid en volume, wat resulteerde in een doorlopend geluidsontwerp dat de contouren van de twee stormsystemen nauwgezet volgt. Na meerdere herzieningen werden er vervolgens spontaan geïmproviseerde instrumentale uitvoeringen toegevoegd op piano, cello en synthesizer, met als eindresultaat zeven dagen informatie vertaald naar bijna 70 minuten van gedetailleerde en evoluerende muziek.
‘Chimet’ opent met een geluidsbeeld dat het groeiende en weer afnemende systeem van de orkaan weergeeft met lang aangehouden zachte tonen en drones, en af en toe een sonar-achtige piano. In het daaropvolgende, licht onheilspellende deel, doemen de eerste donkere wolken op. De piano vult eerst nog de stilte voorafgaand aan de storm meditatief in, waarna we vervolgens letterlijk in het oog van de storm verkeren, omgeven door heldere piano-erupties, elektronische glissando’s, doffe dreunen en rondcirkelende flarden cello. De storm bouwt verder op, laag na laag stapelen zware drones zich op tot een massieve muur van geluid, om vervolgens langzaam weer af te zwakken. Dit spektakel gaat na verloop van tijd naadloos over in onophoudelijk aanzwellende en afnemende, intens krachtige en hypnotiserende klankstormen. Dan volgt de troosteloosheid, het puin dat is achtergelaten, verspreid en gebroken. Een synthesizer zweeft zachtjes oscillerend over diepe grondtonen en vervaagt langzaam. De stilte keert weer.
Digitaal kunstenaar Sock Baeus Redding maakte in samenwerking met grafisch ontwerper Oli Bentley in het album artwork een visuele weergave van de originele 2.016 regels brondatastreams, die elke vijf minuten zijn verzameld tussen 00.30 uur op 16 oktober 2017 en 00.25 uur op de 23e. Elk van de 504 LP-hoezen bevat een unieke verticale visualisatiestrook en individuele tijdstempel die overeenkomen met een periode van 20 minuten van de stormsequentie.
Mining – Chimet (Full Album Visualiser)
De video bevat beelden gemaakt door Sock Baeus Redding, bestaande uit 2.016 frames die zijn gecreëerd met dezelfde techniek als de 504 unieke varianten van de LP-hoes. Elk frame vertegenwoordigt een vijf minuten durend segment van de zevendaagse stormcyclus die te horen is op het album
Mining – Chimet
The Leaf Label | Konkurrent
Verticaliteit en dynamiek
‘Chimet’ van Mining sterft in stilte; ‘Tönendes Licht’ van Klaus Lang wordt juist geboren uit stilte.
De componist en muziektheoreticus Klaus Lang, woonachtig in Stadl an der Mur, Oostenrijk, beschouwt muziek als een autonoom akoestisch object, los van niet-muzikale inhoud zoals emoties of politieke ideeën. Hij verkent geluid door middel van luisteren, waarbij de inherente schoonheid en tijdsaspecten van geluid centraal staan. Voor Lang is tijd het belangrijkste materiaal van de componist, en muziek zelf is de hoorbare ervaring van deze tijd.
In ‘Tönendes Licht’ presenteert Klaus Lang de gotische kathedraal als een levend object dat klinkt en resoneert, opgebouwd volgens principes van hiërarchie en verhoudingen. Uitgevoerd door organist Wolfgang Kogert en de Wiener Symphoniker onder leiding van Peter Rundel, creëert het werk een unieke interactie tussen de fysieke structuur van de kathedraal en de kortstondige aanwezigheid van de muziek. Dit roept “het middeleeuwse begrip van licht en geluid op als wegen naar het goddelijke”, aldus de informatie bij het album.
In de architectuur van kathedralen, zoals in de westerse wereld gebouwd, zijn vaak overeenkomsten te bespeuren die direct of indirect verwijzen naar en rekening houden met de grootsheid van de natuur. Zo zijn elementen in de vormgeving geïnspireerd op organische vormen, bijvoorbeeld de ribgewelven en spitsbogen.
Gotische kathedralen zijn, door een ‘drang naar verticaliteit’, ontworpen om zowel naar de hoogte te reiken als onder uiteenlopende omstandigheden stabiel te blijven. Zo kunnen ze onder meer zware weersomstandigheden, zoals stormen, weerstaan. De kenmerkende, slanke piramidale vorm van gotische torenspitsen helpt daarbij door windkrachten te minimaliseren en deze langs de structuur te geleiden, in plaats van ertegenaan te laten klappen.
Er is bij kathedralen vaak sprake van een dynamisch afgewogen architectuur, vergelijkbaar met ecosystemen in de natuur. Ze weerspiegelen een soort eeuwigheid die we ook in de natuur ervaren, in oude bossen of bergformaties. Daarnaast is er, niet in de laatste plaats, aandacht voor symboliek en mysterie, als verwijzing naar de geheimen van het leven en het universum.
Geïnspireerd door de principes van de gothiek verkent Klaus Lang in ‘Tönendes Licht’ de concepten van eenheid en diversiteit door middel van geluid. Hij beschrijft in de liner notes de Stephansdom in Wenen, waarvoor ‘Tönendes Licht’ is geschreven, als een gotische kathedraal en wijst op verschillende aspecten van de gotische ruimte, waaronder filosofie, architectuur, beeldende kunst en muziek.
Het basisidee van ‘Tönendes Licht’ is om een nieuwe geluidsruimte te integreren in de bestaande architecturale ruimte; deze ruimtes verhouden zich tot elkaar en interageren met elkaar. Een ruimte van steen — het meest constante en als het ware tijdloze materiaal — wordt gevuld met het meest vluchtige materiaal dat er is: lucht, die kortstondig in trilling verkeert. Ondanks deze tegenstelling kunnen, volgens de opvatting van de componist, beide ‘materialen’ (steen en geluid) fungeren als middelen voor “een reis naar een toestand van tijdloosheid”. Met andere woorden, ze kunnen leiden tot een transcendente ervaring die de grenzen van tijd en materie overstijgt.

Om bovenstaande zo optimaal mogelijk te realiseren en de klankruimte volledig te vullen, werden de musici van de Wiener Symphoniker verspreid over de gehele oppervlakte van de kathedraal. Daar ontvouwt zich in een doorlopende compositie van 52 minuten een klankbeeld waarin, zoals de informatie bij ‘Tönendes Licht’ in dichterlijke bewoordingen stelt, “warme gouden orkestrale tonen zich vermengen met de metaalachtige, zilverachtige en koude tonen van het orgel”.
Wat je echter vooral hoort, en dan doemt de eerdere vergelijking met de evoluerende stormklanken van Mining’s ‘Chimet’ op, is de geboorte van een geluidsruimte. Deze vindt zijn oorsprong in duisternis en stilte en krijgt vervolgens vorm, als in de eerste regels van het boek Genesis. Lang aangehouden orgelklanken zweven als Gods geest over het water: “God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis.”
Vervolgens wordt de fysieke ruimte van het verleden met zijn eeuwenoude structuren, stenen en voegen, minutieus afgetast en opnieuw vormgegeven in onze moderne tijd. Golven van geluid klimmen, steeds weer hoger, vanuit het duister naar de schittering van het kenmerkende mozaïekdak van de kathedraal. En dan is daar het licht. Inderdaad, in de vorm van gouden tonen, als kleurrijke vogels die ter ere van hun schepper dansen op de warme stralen van de zon. De verkenning van de ene ruimte en de bouw van de andere gaan verder. Daarin trekt het orgel zware sporen en juicht het orkest, hemelhoog. Een oceaan van geluid rolt aan en trekt zich weer terug als in een getijdecyclus. Tot ook hier, na een laatste golf en een eenzame kreet van een snaar, stilte weerkeert. En die is indrukwekkend, zo oorverdovend.
De uitvoering van ‘Tönendes Licht’ nodigt uit tot betrokkenheid en reflectie. De herhalingen en verbanden in de muziek creëren daarbij op bijzondere wijze nieuwe manieren van waarnemen en begrijpen. Het is daarmee een klankervaring die zowel tijdloos als diepgaand is, en voor de eeuwigheid, net als de architectuur waarin deze tot stand is gekomen.
Klaus Lang – Tönendes Licht
KAIROS
Ter kerke
De relatie tussen kathedralen en klassieke muziek is evident. Echter, ook vanuit andere muzikale disciplines is er belangstelling voor de bijzondere ruimtelijke en akoestische eigenschappen van deze middeleeuwse bouwwerken, die een symbool zijn van kunst, cultuur en menselijke vernuftigheid.
Een voorbeeld is het elektronisch pianoduo Grandbrothers, dat de unieke akoestiek van de Kölner Dom benutte om een bijzondere muzikale ervaring te creëren. In hun compositie vormen de geschiedenis en architectuur van het gebouw een integraal onderdeel van de muziek, waardoor een unieke interactie ontstaat tussen geluid en ruimte.
De Turks-Duitse jazzpianist Erol Sarp en de Zwitserse producer/elektronisch musicus Lukas Vogel kennen elkaar van de universiteit in Düsseldorf. Als Grandbrothers verbinden zij sinds 2011 hun respectievelijke muzikale achtergronden en disciplines met elkaar, maar ook oud met nieuw, verleden met heden.
Grandbrothers wilden vanaf het begin van de band liefhebbers van zowel klassieke muziek als fans van elektronische muziek aan zich binden met een uitgebalanceerde mix van ‘hoge’ cultuur en popcultuur. Om dat te bereiken koppelen zij klassieke compositievormen aan moderne, experimentele producties en klankontwerpen. Zo combineren de twee de conventionele benadering van de piano met een, door henzelf ontworpen, geheel van software bestuurde, elektromechanische hamers, waarmee delen van de (geprepareerde) piano worden bespeeld.
Voor het Grandbrothers album ‘Late Reflections’ uit 2023 kreeg het duo er een derde speler bij, een die staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, te weten de Kölner Dom.
Grandbrothers kreeg van het kerkbestuur toestemming om in de zomer van 2022 in de avonduren opnames te maken in wat een van de grootste gotische kathedralen ter wereld is. Een unicum. Het was de eerste keer dat, behalve de eigen kerkkoren, musici toestemming kregen om in het historische gebouw, op het koor, opnamen te maken.
De ruimteakoestiek van de kathedraal, met een bebouwde oppervlakte van 6.900 vierkante meter de grootste in Duitsland, heeft een galmtijd van maar liefst 13 seconden. Erol Sarp en Lukas Vogel hebben dat gegeven op ‘Late Reflections’ optimaal benut. Het resultaat is vaak onwerelds, alsof de geschiedenis, door de echo’s, vanuit het verleden direct tot ons spreekt.
Grandbrothers gaan op ‘Late Reflections’ gedurende drie kwartier op een tijdreis door de sonische mogelijkheden die de eeuwenoude architectuur van de Kölner Dom heeft te bieden. Daar dansen pianotonen en zweven elektronische wolken als engelenkoren. Daar ontspringen en klateren klankenfonteinen omhoog en lichten prachtig divergerende lichtbundels op vanuit de indrukwekkende glas-in-lood ramen. Samen bieden ze een hallucinatieve, auditieve ervaring.
Grandbrothers – Late Reflections
City Slang | Konkurrent
Delen van de tekst over Mining en Grandbrothers zijn hier eerder gepubliceerd.
Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Zo help je CCRyder doorgaan.
Met iDEAL kun je via de beveiligde omgeving van je eigen bank CCRyder waarderen.
“Eyes on the road and hands upon the wheel”