Bossen hebben altijd een sterke aantrekkingskracht gehad op kunstenaars, ook op componisten. In ‘Dream Sequence of an Ancient Forest’ bundelt de Estse componist Madli Marje Gildemann (1994) werken uit de periode 2017–2023 tot één samenhangend geheel, waarin nauwkeurige observatie en vrij stromende verbeelding elkaar ontmoeten. Haar muziek ontvouwt zich als een fijn verweven klankwereld, waarin wetenschappelijke precisie en natuurlijke fenomenen samengaan met momenten van mythische transformatie.
Madli Marje Gildemann studeerde compositie aan de Georg Ots muziekschool in Tallinn en vervolgde haar opleiding met een master aan de Zürcher Hochschule der Künste in film-, theater- en mediacompositie.
Haar werk richt zich sterk op biologische processen, eco-akoestiek en natuurlijke fenomenen, die zij via data, veldopnames en muzikale middelen hoorbaar probeert te maken. Ze schrijft voor uiteenlopende bezettingen (ensemble, orkest, koor) en maakt ook muziek voor theater, dans, animatie, games en installaties.
‘Dream Sequence of an Ancient Forest’ voert de luisteraar langs de geheime processen van planten en de nachtelijke reizen van vogels, naar het droomachtige bewustzijn van een oerbos en de vitale aanwezigheid van een door mensen gemaakte machine. In deze contrasterende ruimtes onthult Gildemann subtiele ritmes en verborgen bewegingen – verschijnselen die zich meestal buiten ons gehoor voltrekken, maar hier toch even voelbaar worden.

De titel intrigeert en roept onvermijdelijk associaties op met andere muzikaal vormgegeven boslandschappen en hun rol in verhalende, spirituele en ecologische contexten, die al vaker mijn belangstelling hebben gewekt (zie bronnen). Zo speelt het bos als metafoor voor het onderbewuste een belangrijke rol in ‘Pelleas und Melisande’ en ‘Erwartung’ van de OostenrijksIe componist Arnold Schönberg (1874–1951). ‘Pelleas und Melisande Op. 5’ is een symfonisch gedicht dat Schönberg in februari 1903 voltooide. Het laatromantische orkestwerk is gebaseerd op het toneelstuk ‘Pelléas et Mélisande’ van Maurice Maeterlinck (1862–1949). Het thema van een verboden en gedoemde liefde vormt de rode draad die ‘Pelleas und Melisande’ hier verbindt met het tweede werk, de eenakter ‘Erwartung Op. 17’ uit 1909. In beide werken speelt het bos dezelfde rol: die van metafoor voor het onderbewuste.
Daar houdt de overeenkomst echter op. ‘Pelleas und Melisande’ is een tonaal werk, terwijl ‘Erwartung’ atonaal is. ‘Pelleas und Melisande’ is, afhankelijk van het uitvoerend orkest, een dynamische en intensieve reis door weelderige muzikale landschappen en diepe emoties. Het centrale thema is de eeuwige cyclus van schepping en vernietiging. Na bestudering van de metafysica van Pythagoras kwam Maurice Maeterlinck tot de opvatting dat menselijk handelen wordt bepaald door Eros (liefde/zuiverheid) enerzijds, en Anteros (wraak/chaos) anderzijds. De wisselwerking tussen deze twee krachten resulteert in een voortdurende cyclus: kalmte en vrede worden gevolgd door onenigheid, oproer en vervolgens verandering. De hoofdpersonen Pelléas en Mélisande zijn in een liefdesband verwikkeld die onherroepelijk naar een fataal einde leidt. Schönberg vertaalde hun weg in een lyrische compositie van circa 45 minuten, die in één doorgaande beweging wordt uitgevoerd. Tempomarkeringen als ‘Heftig’, ‘Lebhaft’, ‘Sehr rasch’, ‘Ein wenig bewegt’ en ‘Langsam’ bakenen de onderling verbonden secties af.
‘Erwartung’ is van een heel andere orde. Over deze opera-monoloog voor solo-sopraan en groot orkest schreef de componist: “In ‘Erwartung’ is het doel om in slow motion alles weer te geven wat gebeurt tijdens één enkele seconde van maximale emotionele opwinding, en dit uit te breiden tot een half uur.” Kortom: ‘Erwartung’ is de soundtrack van een cinematografische avant-garde, avant la lettre.
Het verhaal gaat over een ongeruste vrouw die in het bos wanhopig zoekt naar haar geliefde. Wanneer ze die niet kan vinden, wordt ze steeds banger. Dan ontdekt ze een lijk: hij is het. Ze roept – tevergeefs – om hulp. Ze probeert hem weer tot leven te wekken en spreekt tot hem. Met bittere stem beschuldigt ze hem van ontrouw. Wat is er gebeurd, heeft ze hem misschien zelf vermoord? Een antwoord blijft uit. Ten slotte dwaalt ze verder, diepbedroefd en alleen, de nacht in.
De angst, wanhoop en verlatenheid die de vrouw in het bos kwellen, vertellen samen een verhaal van een diep-menselijke ervaring. Het orkest volgt de zangeres in haar rol als de vrouw in het bos, als een schaduw die invoelend haar gemoedstoestand weerspiegelt, deze soms uitvergroot maar ook van commentaar voorziet. Het fungeert als een bezield organisme, een levend lichaam. Het is zowel het donkere en geheimzinnige bos waarin zich een gruwelijk drama afspeelt, als het bos dat met zijn bladerdak de vrouw beschutting biedt en haar in haar verdriet troost: “Liebster, Liebster.”
Voor we de sprong maken van Schönberg naar het heden, gaan we eerst nog een stap verder terug in de tijd. De Duitse geograaf en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt (1769–1859) was niet alleen een scherp waarnemer, maar ook een man vol nieuwsgierigheid. Hij keek niet simpelweg naar de wereld om zich heen – hij wilde haar écht begrijpen.
Tijdens zijn reizen probeerde Humboldt de natuur als geheel te zien: een levend netwerk waarin alles met elkaar verbonden is. Hij voelde zich deel van dat grotere geheel, niet slechts toeschouwer.
Die manier van kijken – analytisch en betrokken – is vandaag opnieuw actueel. Wie wetenschap combineert met een persoonlijke band met de natuur, ontwikkelt vanzelf een dieper begrip van milieu en leefomgeving.
Dat roept de vraag op: zouden kunst en wetenschap nauwer moeten samenwerken? Volgens de Australische componist en ‘philosopher of sound’ Lawrence English kan kunst weliswaar geen directe oplossingen bieden voor wereldproblemen, “maar ze kan mensen wel aanmoedigen om anders over die problemen na te denken en betere vragen te stellen.”

De Argentijnse componist en saxofonist Miguel Angel Crozzoli beoogt met zijn werk nieuwsgierigheid te prikkelen en vragen op te roepen door middel van emotionele confrontatie. Zijn artistieke praktijk beweegt zich op het snijvlak van muziek, technologie, data en kunstmatige intelligentie, met een sterke focus op de rol van kunst in kritisch denken en waarneming.
Voor zijn album ‘Sounding Numbers’ uit 2024 vertaalde hij klimaatgegevens naar muziek via sonificatietechnieken die data omzetten in klank. Daarbij verweeft hij traditionele instrumenten zoals saxofoon, cello en contrabas met elektronica en stemgeluiden, wat resulteert in een intense, gelaagde luisterervaring.
Het werk bestaat uit twee delen: ‘I Am the Forest’ (2021) en ‘I Am the Ocean’ (2022), beide voor ensemble. We beperken ons hier tot het eerste. Crozzoli begon het project met een diepgaande analyse van gegevens over ontbossing en oceanische vervuiling, die hij vervolgens omzette in geluid. Het werk combineert hedendaagse muziek met zogenoemd ‘data-artivism’, waarbij de emotionele impact van data wordt ingezet om sociale actie te stimuleren.
‘I Am the Forest’ is geïnspireerd op de ecologische niche-theorie. Die onderzoekt hoe organismen zich tot hun omgeving verhouden. Crozzoli gebruikte gegevens over ontbossing van Global Forest Watch als uitgangspunt. Het stuk sluit daarmee direct aan bij actuele milieuproblemen. De compositorische uitvoering resulteert in complexe, meeslepende geluidsstructuren die de luisteraar — volgens de componist — “onderdompelen in een droomachtige scène uit een fictieve boscultuur.”
Crozzoli presenteerde ‘I Am the Forest’ als een installatie die zich richt op de klimaatnoodtoestand, maar omschrijft het ook als een “participatieve geluidsinstallatie”. Het werk nodigt luisteraars uit om via de muziek te luisteren naar de zorgwekkende toestand van de bossen op aarde, die worden bedreigd door klimaatverandering en plundering.

Ook fieldrecordisten houden zich graag op in de bossen van de wereld. Een voorbeeld is de Poolse geluidskunstenaar Izabela Dłużyk, die sinds haar geboorte blind is. Zij verwezenlijkte in 2024 een lang gekoesterde droom door het Amazone-regenwoud vast te leggen op het album ‘The Amazon – Where the Moon Wept’. Daarop vangt Izabela Dłużyk een breed scala aan geluiden, waaronder die van insecten, vogels, kikkers, apen, en biedt zo een intieme blik in het junglebestaan. Haar scherpe luistervaardigheid stelde haar in staat om talrijke soorten te identificeren en vast te leggen. Dłużyk nodigt luisteraars uit om met haar mee te reizen door het levendige geluidslandschap. In een chronologisch verloop laat zij horen hoe insecten en kikkers elkaar gedurende opeenvolgende uren overlappen. Naarmate de tijd verstrijkt, geeft de ene groep levende wezens in het woud het stokje door aan de andere. Dit is bijzonder merkbaar vlak voor de dageraad. Voordat de vogels beginnen te zingen, klinkt er eerst een opmars van krekels en kikkers, wat een luid en intrigerend geluid oplevert. En ’s nachts, zeker ’s nachts, kan het geluid in het bos zich manifesteren in frequenties die we niet gewend zijn.
Acht jaar eerder, in 2016, maakte Izabela Dłużyk in eigen land ‘Soundscapes of Summer’. Het geluid van het bos verandert voortdurend door natuurlijke processen: de draaiing van de aarde, het verschil tussen dag en nacht en de wisseling van seizoenen. Daardoor ontstaan steeds andere klanken en ritmes. In ‘Soundscapes of Summer’ laat Dłużyk opnames horen die ze in juni en juli maakte in en rond Poolse bossen. De luisteraar hoort ooievaars uit Żywkowo, aalscholvers uit Kąty Rybackie, zomerregens, brekende golven, ochtendgeluiden en avondzang – samen een levendig beeld van de zomer.
Wanneer een fieldrecordist een opname maakt, bevindt deze persoon zich op die specifieke plek en is gespitst op elementen die zijn of haar interesse wekken. Het succes van een opname ligt echter in het vermogen om deze luisterervaring te delen en iemand het gevoel te geven bevoorrecht te zijn de wereld door de oren van een ander te ervaren.
Vanuit die gedachte keren we terug naar het begin – en naar ‘Dream Sequence of an Ancient Forest’ van Madli Marje Gildemann.

Het bos als onderbewuste metafoor bij Schönberg (‘Pelleas und Melisande’ – romantisch-tonaal; ‘Erwartung’ – atonaal-expressionistisch) contrasteert met Humboldts holistische natuurwaarneming, Crozzoli’s datasonificatie van ontbossing en Dłużyks intieme fieldrecordings. Waar Schönberg de emotionele diepten van de menselijke psyche verkent, richt Humboldt zich op samenhangen in de natuur, Crozzoli op ecologische urgentie en Dłużyk op pure luisterbeleving. Madli Marje Gildemann voegt hieraan in ‘Dream Sequence of an Ancient Forest’ wetenschappelijke precisie, mythische verbeelding en directe natuurvertaling toe.
Veel van de natuurlijke processen in bossen — belangrijke klimaatregelaars — krijgen van Madli Marje Gildemann en de uitvoerenden (Ludensemble, slagwerker Kaspar Mänd, het pianoduo Talvi Hunt & Kadri-Ann Sumera) een muzikale vertaling.
Het album opent met de triptiek ‘Three Studies on Plant Biology’ (2020–2022), waarin osmotische druk, transpiratie en fotosynthese hoorbaar worden gemaakt.
‘Osmosis’ (2020, voor Mondrian Ensemble) neemt de luisteraar fluisterzacht mee in het binnenleven van een boom en onthult dat in al zijn verfijnde complexiteit. Prepared piano, strijktrio en veldopnames uit het Hönggerbergbos maken waterbewegingen, drukverschillen en microscopische processen in de bodem en het houten lichaam met rinkelende reeksen en minuscule ademtochten van geluid prachtig voelbaar.
‘Transpiration’ (2022, voor Tallinn Chamber Orchestra) brengt de verdamping, het zogenaamde ‘uitzweten’ van water uit bladeren, tot klinken: een ijle ruis bouwt op tot een transparante klanklaag, waarin stijgende gebaren als damp lijken op te trekken, terwijl tremolo’s en zwellende akkoorden een broze spanning oproepen.
‘Photosynthesis’ (2022, voor Ensemble Synaesthesis) richt zich op licht en energie. Prepared piano, strijktrio en houtblazers tekenen cyclische, ritmische bewegingen, afgewisseld met ‘lichtflitsen en schaduwen’ – als een blad dat door zonlicht tot leven wordt gewekt.

In ‘Nocturnal Migrants’ (2023, voor Klangforum Wien) richten componist en musici zich op vogels die ’s nachts migreren en door menselijk licht worden gedesoriënteerd. Snelle gebaren, afwisselend dichte en ijle texturen en schrille, metaalachtige uitbarstingen roepen zwermen op die in het donker rond lichtbronnen cirkelen, voortdurend op zoek naar oriëntatie.
Titeltrack ‘Dream Sequence of an Ancient Forest’ (2019, voor pianoduo) laat vervolgens het oerbos horen als één samenhangend organisme in droomtoestand: zachte ruis, lange akkoorden en harde markeringen in een verglijdende ruimtelijkheid laten een verborgen, ademende wereld in de klankruimte oplichten.
Het ruim vijftien minuten durende ‘AH-64 APACHE/Sumiseja, sumiseja…’ (2017) sluit het album af met boventoon- en keelzang, twee violen, twee contrabassen, percussie en piano. In deze track wordt de Apache-gevechtshelikopter een mythisch wezen; sumiseja (‘de zoemer’) verwijst naar de Estse Maausk-filosofie, waarin ook voorwerpen een ziel hebben. Industrieel schurende klanken, cockpitconversaties, take-off-geraas en heftige bromtonen zetten een intens proces van geleidelijke bezieling in gang en voeren tot een krachtige climax met schelle vogelachtige kreten en ruwe keelklanken, gevolgd door stilte – het ontwaken uit een droom. Het is een indrukwekkende droom die veel, zo niet alles zegt over onze vaak gemankeerde omgang met alles waarmee we verbonden zijn. Dat maakt ‘Dream Sequence of an Ancient Forest’ tot een belangrijk, zo niet sleutelwerk.
Madli Marje Gildemann – Dream Sequence of an Ancient Forest (KAIROS)
Bronnen:
Johanna Mängel – Dream Sequence of an Ancient Forest
C. Cornell Evers – Met Arnold Schoenberg dwalen door het Europese bos (ccryder.nl)
C. Cornell Evers – In het voetspoor van Alexander von Humboldt: van klinkende getallen naar de maan die huilde (ccryder.nl)
